Hoog gras, wuivend in de wind. De zon, af en toe geblokkeerd door grote witte wolkenpluizen maakt de kleuren soms goud, soms bijna wit en soms een donker oker. Mijn lijf en gevoel doen mee met die kleurschakeringen. Oogverblindend wit, donker, warm en koud. Glimmend, glanzend en vrolijk goud. Zo hier en daar een klein glimpje groen. Gras dat nog voldoende water kon vinden maar nog te klein is om door de zon gekust te worden. 

In de verte zijn de grijze bergen. Grillige toppen, kleine witte vlekjes. Onherbergzaam en mysterieus. Wat is er in de bergen? En wat is er áchter de bergen? Houdt de wereld daar op? Is er alleen dit immense veld vol goud en groen, met een bergrand en verder niets? Ik weet dat er meer is. Maar heel even blijft toch dat gevoel dat dit alles is. En voor mij, voor nu, is het genoeg. 

Ik zie de halmen wuiven, voel de zon en de kilte afwisselend op mijn huid en krabbel de woorden op die uit me vloeien. En het is goed. De woorden mogen komen. Sommige woorden voelen niet goed en worden andere. Gewoon, doodlen met woorden.  

Doodlen met woorden

Berichtnavigatie


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *