Kintsugi

Ik zie je nog staan, tegenover mij. Armen gevouwen, een koude blik in je ogen. Hoe ik verlangde naar aandacht, vriendelijke woorden, je liefde. Naar jouw geruststelling dat alles goed zou komen. Maar je bewoog geen millimeter. Uitte geen enkel woord. Mijn wereld en mijn hart versplinterden.

Ik zie je nog staan, leunend op je witte bureau. Toen ik je vroeg wat er was gebeurd die nacht toen ik niet thuis was en zij in het holst van de nacht op bezoek kwam. Ik las de gesprekken en het voelde alsof je me hard in mijn maag stompte. Ik had nooit verwacht dit ooit te voelen. Ik had nooit verwacht dat ik toch zou blijven. Maar ik bleef, veel en veel te lang. Mijn moed was verdwenen met die stomp.

Ik zie je nog zitten op die zwarte bank. Tranen op je gezicht en in je ogen toen we eindelijk het besluit namen dat al heel lang onderweg was. Maar dat we beiden niet durfden uit te spreken. Nu waren de woorden eindelijk gevallen, de waarheid is aan het licht. Ik keek naar jou en je pijn. En voelde alleen maar opluchting.

Ik zie ze. Alle mijn fijne mensen rond de tafel. En niets anders dan vrede om me heen. Ik ben thuis en het is goed, het is waar ik hoor. Jij brak mijn hart en je brak ons. Maar uit de scherven is een nieuw beeld ontstaan. Kleurrijk in alle facetten, maar zonder de scherpe randen. Nieuw en oud, samengesmeed met gouden randen en helemaal mij. 

Beelden

Berichtnavigatie


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *