“Ze heeft wat?”

“Ze heeft u al haar geld en bezittingen nagelaten,” zei de notaris onverstoord. Sanne ging even verzitten, veegde een pluk van haar rode haar van haar voorhoofd en zuchtte diep. Toen welden de tranen op in haar ogen en begon ze tot haar schrik te huilen. 

Haar geliefde grootmoeder was een maand daarvoor overleden. Ze hadden een enorm goede band gehad, niet in de laatste plaats omdat Sanne het kind van haar veel te jong overleden dochter was. Sanne had soms wel eens het gevoel dat ze voor haar oma haar moeders plaatsvervanger was geworden. Ze wist dat dat niet heel positief klonk en ze bedoelde het ook niet vervelend, want oma was altijd heel lief voor haar en had altijd tijd, een luisterend oor en goede adviezen gehad voor Sanne. Meestal met een kop dampende thee en een zelfgebakken koekje. 

Sanne was dan ook behoorlijk van slag geweest toen oma na een kort ziekbed was overleden. Ze kon zich niet meer zoveel herinneren van de dood van haar moeder, ze was toen pas vijf, maar nu kwam de klap hard aan en was het alsof haar moeder weer overleed. Hoe kon ze dit immense verdriet verwerken? Wat was dat eigenlijk, verwerken. Of rouwen? Ze wist het niet. Ze wist alleen dat het pijn deed om adem te halen en dat de tranen niet te stelpen leken. 

De weken na het overlijden verliepen als in een roes. Ze stond die week in regelmodus. Er moesten rouwkaarten worden gekozen, mensen gebeld, afspraken over de uitvaartplechtigheid gemaakt en omdat haar oom Hans, de enige zoon van oma met zijn vriend in Thailand woonde, kwam het op haar schouders neer. Gelukkig was haar eigen vader er nog. Hij reisde sinds zijn pensionering heel Europa door in zijn zelfgebouwde camper, maar bleef nu in Nederland om haar te helpen. “Oma is immers ook lang mijn schoonmoeder geweest. En jij bent mijn dochter. Tuurlijk help ik je!” had hij gezegd, terwijl hij zijn armen om haar heensloeg om haar te troosten. 

En daar zat ze dan in een sjieke leren stoel bij een keurige notaris. Samen met haar oom, die ook geschrokken was van het testament, maar om een hele andere reden. Hij kreeg alleen zijn kindsdeel of legitieme portie, zoals de notaris dat noemde. En een klein beeldje dat hijzelf ooit had gemaakt van hun hond. Alsof hij daarop zat te wachten…

Sanne frommelde haar natte zakdoek in haar tas en zuchtte diep. “Hoe gaat dit verder in zijn werk dan?” De notaris schoof wat papieren haar kant op en begon de procedures, wetten en regels uit te leggen. Hmmm, dacht ze. Ik zit hier dus nog wel even. 

Sanne ging voortvarend aan de slag. Ze verkocht haar oma’s huis, nadat ze eerst aan haar oom had gevraagd of hij het misschien wilde kopen. Hij keek haar aan alsof ze een kakkerlak was, dus ze nam maar aan dat dat een nee was. Ze wist dat vriendinnen van haar oma graag een aandenken wilden hebben, dus die nodigde ze op een middag uit om thee te drinken en oma te herdenken. 

Het uitzoeken van oma’s spullen was een moeizaam, maar ook mooi proces. Ze vond oude brieven, dagboeken, fotoalbums die ze nog nooit had gezien en leerde zo een hele andere kant van haar oma kennen. Ze had nooit geweten dat oma graag naar Italië ging en zelfs cursussen italiaans had gedaan. Ze wist wel dat oma kookcursussen had gedaan, want ze kon heerlijk koken, vooral haar pasta aglio e olio was onovertroffen. Zo simpel, zo lekker, maar het was haar nooit gelukt om het zo lekker te krijgen als bij oma. 

In een kleinere doos vond ze een stapel brieven met een Italiaanse postzegel. Ze waren afkomstig van ene Antonia Dimiceli. Ze waren geschreven in het Italiaans, dus veel begreep ze er niet van. Ze legde ze apart om aan een vriendin te laten zien, die geboren was in Italië en thuis met haar vader alleen maar italiaans sprak. Sabrina kon haar waarschijnlijk wel helpen om de brieven te vertalen. In een van de enveloppen vond ze ook wat foto’s. Op een daarvan stonden twee dames breed lachend voor een oud huis, gekleed in schorten en hoofddoeken, met hun armen om elkaars schouders en een bezem en poetsdoek in de andere hand. Toen ze wat beter keek, zag ze dan een van hen haar oma was, maar dan vele jaren jonger. Op de achterkant stond in een keurig schuinschrift, kenmerkend voor die tijd: Santepulciano, 1956, Victoria e Antonia. De ene was haar oma Victoria, de ander dus de Antonia van de brieven. Ze bleef lange tijd naar de foto staren. Wat kende ze haar oma toch eigenlijk slecht. Meestal gingen hun gesprekken over wat haarzelf bezig hield. Een traan gleed langs haar wang en ze wenste dat ze meer aandacht had gehad voor wie haar oma eigenlijk was. Maar misschien was het nog niet te laat?

Sanne belde eerst haar vader. Of hij misschien iets wist van oma’s Italiaanse avonturen? Hij vertelde haar dat ze hem wel eens verteld had over een penvriendin die daar woonde, maar meer dan dat wist hij eigenlijk ook niet. 

Ze twijfelde even, maar belde toen toch haar oom. Die zou toch wel iets meer weten? Haar oom wist haar inderdaad iets meer te vertellen. Oma was voor ze trouwde met opa naar Italië geweest als gezelschapsdame van een oudere vrouw. Niet heel ongebruikelijk voor jonge meisjes in die tijd. Daar had ze kennisgemaakt met Italië en ze was halsoverkop verliefd geworden op het land, het eten, de gebruiken. Ze logeerden in een oud landhuis en ze was bevriend geraakt met de dochter van de eigenaren van het landhuis. Dat was Antonia. Ze schreven lange brieven en probeerden elkaar ieder jaar een keer te ontmoeten. Meestal kwam oma naar Santepulciano, zeker nadat Antonia de kamerverhuur van het landhuis op zich had genomen. Als ze daar dan was, hielp ze een handje mee in het reilen en zeilen van de verhuur. Daar was waarschijnlijk ook de foto van die ze had gevonden. 

De laatste brief van Antonia was een maand of twee voor haar oma’s overlijden aangekomen, zag Sanne. Ze had geen flauw idee wat er in de brief stond, als ze thuis was, zou ze de tekst wel door google translate halen. Geen perfecte vertaling, maar hopelijk genoeg om de grote lijnen te kunnen lezen. En dat er misschien opmerkingen instonden als dat ze de blinde ezel over de markt geleid had, nam Sanne maar voor lief. Ineens sprong ze op. Ze greep haar laptop en bekeek de lijst met adressen waar ze rouwkaarten heen hadden gestuurd. Er stond geen enkel adres op in Italië. Dat betekende dus dat Antonia geen flauw benul had dat haar vriendin was overleden. En nu ze haar laptop toch had, kon ze meteen de brief scannen en vertalen. 

Ciao Bella Victoria!

Wat goed om weer van je te horen. We zijn ons aan het voorbereiden op het hoogseizoen, Federico en ik. Alleen zou ik het echt niet meer kunnen, al die mensen, al die bedden, al die handdoeken die gewassen moeten worden. Gelukkig hebben we nu een grotere wasmachine kunnen kopen, maar het blijft toch een hoop. Ik hoop dat het je lukt om nog langs te komen. Ik zal je favoriete kamer vrijhouden. 

De brief kabbelde nog een pagina door over wat er allemaal in het dorp was gebeurd (“meneer pastoor was zo dronken geweest, dat hij achter de kerk in de moestuin in slaap was gevallen en wakker was geworden onder de slakken”) en vragen hoe het met haar oma en haar familie ging. Het was duidelijk dat haar oma haar vriendin niets had verteld over haar gezondheid. Dat was typisch haar oma. Die was er tot het einde toe van overtuigd geweest dat het wel mee zou vallen. 

De brief eindigde met veel liefs en hopelijk tot spoedig ziens. “Ferragosto zal niet hetzelfde zijn zonder jou en je pasta! Dus ik hoop dat je er bent!” Sanne gooide een nieuw browserscherm open en googlede Ferragosto. ‘Een nationale feestdag in Italië op 15 augustus.’ Dat was de volgende maand al! Ze wist niet zeker of oma had geantwoord. Na de diagnose was ze wel bezig geweest om van alles te regelen, dus misschien had ze haar Italiaanse vriendin alles uitgelegd. Maar misschien ook niet. En dan wist Antonia dus niet dat haar vriendin er niet zou zijn deze Ferragosto. En elke Ferragosto daarna ook niet. Een traan kroop over Sannes wang. 

Ze pakte haar laptop erbij en opende Google Maps. Ze had eigenlijk geen flauw idee waar Santepulciano lag. Het bleek een heel klein dorpje te zijn, zo’n 100 kilometer ten oosten van Napels. Er was een kerk, een café/restaurant en een bakker/postkantoor/buurtsupertje. Meer was er op internet ook niet te vinden, zelfs het logement van Antonia vond ze nergens. Gemiste kans, dacht ze bij zichzelf. Terwijl ze zo naar informatie aan het graven was over het dorpje, begon een idee op te borrelen in haar binnenste. Ze wist niet zeker of oma Antonia had geantwoord, maar het leek haar wel van belang dat Antonia wist dat VIctoria was overleden. Ze had het adres, ze kon dus een brief schrijven. Maar een deel van haar was toch ook wel heel benieuwd naar Santepulciano en waarom haar oma daar haar hart aan had verpand. Zou ze?

H2

Nog nahijgend van het rennen van gate naar gate in Milaan, plofte ze in haar tweede vliegtuigstoel van die ochtend. Het laatste betaalbare ticket had een overstap in Milaan, en dat was geen probleem geweest, ware het niet dat er dikke mistwolken over Schiphol hingen en ze met een uur vertraging vertrokken. Gelukkig was er nauwelijks controle en kon ze zo doorrennen naar haar bijna vertrekkende vliegtuig. De man in de stoel naast haar keek geërgerd op van zijn telefoon. Hij droeg een maatpak dat hem op het lijf geschreven leek en zijn hippe baardje was perfect getrimd. Het was ontegenzeggelijk een mooie man en daar was hij zich overduidelijk van bewust. 

“Buongiorno,” zei Sanne vrolijk, in een poging om hem een beetje te ontdooien.

“Buonasera,” antwoordde de man stijf, met een duidelijke nadruk op het laatste deel van het woord om haar duidelijk te maken dat het punt 1 middag was en punt 2 dat ze geen overduidelijk geen Italiaanse was. Hij keek kort op van zijn telefoon, maar in dat moment kon ze zien dat hij de meest blauwe ogen had die ze ooit in haar leven had gezien. Staalblauw, met donkere wimpers waar menig vrouw jaloers op zou zijn. Ze voelde zich heel even van haar stuk, maar besloot al snel om de man de rest van de vlucht maar te negeren. Dat vond hij waarschijnlijk ook het fijnste. Ze pakte de brieven van haar oma en een Italiaans woordenboek uit haar tas en ging weer verder met vertalen. Het ging langzaam, maar zo kreeg ze steeds meer een beeld van de bijzondere vriendschap tussen beide dames. De eerder genoemde Federico bleek de kleinzoon van Antonia te zijn. Haar man was al jong overleden en haar dochter, de moeder van Federico, bestierde met haar man de dokterspraktijk in de stad. 

De man naast haar was tijdens het opstijgen nog steeds bezig met zijn telefoon. Hij scrolde en swipete venijnig, zuchtte af en toe diep en heel af en toe zag ze hem vanuit haar ooghoek iets typen. 

“Excuse me..,” begon Sanne in het Engels. Twee bozige blauwe ogen keken abrupt op van de telefoon.

“Is het niet verboden om gebruik te maken van mobiele apparaten als het vliegtuig opstijgt?” 

De man zuchtte weer eens diep en precies op dat moment kreeg een stewardess hem ook in het vizier. Mopperend zette hij zijn zeer belangrijke apparaat maar uit. Het gezucht werd echter niet minder en nu ook begeleid door getrommel met zijn vingers en gewiebel met zijn voet. Sanne werd behoorlijk nerveus van de man. 

“Excuse me,” begon ze weer. “Are you okay?” Ze keek hem op haar vriendelijkst aan. 

Hij antwoordde in smetteloos Engels, met een ijskoude toon in zijn stem, dat het prima ging en dat hij het op prijs zou stellen als ze zich met haar eigen zaken zou bemoeien. 

“Ooowwwkeeee,” vloog uit Sannes mond. Ze pakte een koptelefoon uit haar tas en plugde die in het entertainmentsysteem van het vliegtuig. Dan maar een uurtje slechte muziek. 

De rest van de reis negeerde ze de man naast haar. Hoewel ze het niet kon laten om heel af en toe toch even de kijken naar zijn gebeeldhouwde gezicht en sterke handen die nog altijd trommelden op zijn gespierde benen. Maar ze focuste zich op de brieven en sneller dan verwacht, zette het vliegtuig de landing alweer in. Rustig borg ze haar spullen op, deed haar gordel weer vast en wachtte tot ze mocht opstaan. De man naast haar deed dat uiteraard niet. Zodra de wielen het asfalt hadden geraakt, probeerde hij op te staan om zijn spullen uit het kastje boven haar hoofd te pakken. Hij was lang en moest zich in een vreemde kronkel bewegen om op te kunnen staan. “Do you mind?” Klonk het afgemeten. Ze overwoog even om hem weer op de regels te wijzen, maar besloot toen toch maar op te staan om hem erlangs te laten. Soepel als een marter glipte hij om haar heen en pakte zijn tas. Hij bleef vervolgens staan en keek verbaasd om toen hij op zijn schouder werd getikt door een van de stewardessen. Ze kon het gesprek niet volgen, omdat er in het Italiaans gerateld werd, maar hun lichaamstaal vertelde haar alles wat ze wilde weten. De man gooide al zijn charmes in de strijd om de stewardess te overtuigen dat hij als eerste het vliegtuig uit mocht. En het lukte hem verrassend snel om haar om te praten. Waar ze eerst streng bleef kijken, kwam er steeds vaker een glimlachje om haar mond en toen ze ook nog licht begon te blozen, was de strijd gestreden. Ze haalde haar schouders even kort op en nam de man mee richting de uitgang. Wat er daarna gebeurde kon ze niet zo goed zien, omdat inmiddels het riemen-vast-lampje was gedoofd en iedereen opstond om zijn spullen te pakken.

Ze schoof langzaam in de rij richting uitgang en eenmaal in de terminal van Napels, zocht ze de borden naar het autoverhuurstation. Omdat Santepulciano zo klein was, was er natuurlijk geen treinstation. Er reden wel bussen, had ze gevonden op internet, maar ze begreep helemaal niets van de dienstregeling dus het leek haar onverstandig om daarop te gokken. Ze ving nog een glimp op van haar buurman die innig omhelst werd door een hooggehakte dame met onberispelijke make-up. “Als haar lipstick maar niet op zijn dure pak komt,” dacht ze nog. 

Terwijl ze op de shuttlebus naar het verhuurstation stond te wachten, racete een knalgele sportwagen voorbij. Ze had wel eens gehoord dat Italianen als gekken reden, maar deze spande wel de kroon. Hij zigzagde om mensen heen, toeterde luid als iemand ook maar neigde om over te steken of als auto’s in de chauffeurs optiek te langzaam reden. Hij verdween al snel uit het zicht, maar de chaos die hij had achtergelaten bleef nog een minuut of wat aanhouden. Gelukkig kwam de shuttlebus al snel. 

Ze had een fiat 500 gereserveerd. Als je dan toch in Italië bent, dan moet je toch eigenlijk rijden in een Italiaans icoon. Het andere icoon, want een Ferrari kon ze niet betalen. Maar toen ze bij de balie kwam, bleek ze de kleine lettertjes ‘of iets vergelijkbaars’ over het hoofd te hebben gezien. Het werd dus iets vergelijkbaars. Althans, dat was het in de ogen van de verhuurmaatschappij. Zij vond een Fiat Panda toch echt niet van hetzelfde kaliber. Gelukkig kreeg ze er een gratis TomTom bij.

En die bleek ze ook hard nodig te hebben, merkte ze toen ze Napels probeerde uit te komen. ‘Expect the unexpected,’ dacht ze iedere keer als er weer een scooter of een klein auto langs, achter of voor haar schoot. Na een half uurtje chaos, kwam ze op een iets rustiger provinciale weg richting Santepulciano. Ze zuchtte diep en liet haar schouders zakken. Om ze prompt weer op te trekken omdat een bulderend motorgeluid ineens naast haar klonk en een gele sportwagen langs haar heen flitste. 

Bij een benzinestation nam ze een korte pauze om haar eerste echte Italiaanse espresso te drinken. En om haar telefoon aan te sluiten op de autoradio, want ze kon geen geschikte zender op de radiofrequenties vinden. Veel talkshows en muziek waar ze niet van hield. Ze had even naar een klassieke zender geluisterd, maar toen die aankwam bij het opera-uurtje, had ze de radio maar uitgezet. Gelukkig had de radio een usb-ingang. Ze bond haar lange blonde haar weer in een staart en zag hoe de pompbediende naar haar glimlachte. Hij begon met “Ciao Bella” en een hoop Italiaans geratel en dat was haar teken om snel weer in de auto te stappen. Ze haalde haar schouders op, zei dat ze de taal niet sprak en reed weg. De bediende keek de auto nog even beduusd na. 

Ze genoot onderweg van de uitzichten. Ze was nog nooit in Italië geweest, alles was nieuw en bijzonder. Na een uurtje grotere wegen langs stadjes en dorpen, leidde de navigatie haar een smaller weggetje op, de heuvels in. Ze zag nog maar weinig huizen, af en toe een boerderij of een voormalige boerderij die nu een agricultura vakantieoord was geworden. In de laatste grotere stad voor Santepulciano had ze een kamer geboekt in een klein hotel. Daar reed ze eerst maar heen om in te checken. Ze werd geholpen door een vriendelijke jonge dame, in een onberispelijke witte blouse die bijna licht leek te geven zo wit. Ze keek even naar haar eigen wat smoezelige kleding en voelde zich zwaar underdressed. Het leek de receptioniste niet eens op te vallen, terwijl ze haar de kamersleutel (en het was inderdaad nog een zware echte sleutel) aangaf en vertelde in zangerig Engels waar haar kamer zich bevond in het pand. Sanne bedankte haar hartelijk in haar beste Italiaans en liep naar haar kamer. De wielen van haar rolkoffer maakten een haast oorverdovend lawaai en de twee gasten die in de lobby zaten, keken haar boos aan. Ze besloot het geval maar te tillen. Gelukkig was er een lift naar de derde verdieping waar haar kamer was. 

Het hotel was ook een oud landhuis, net als Villa Marghereta stelde ze zich zo voor, en Sanne had een eenpersoonskamer in de voormalige dienstbodeverblijven geboekt. En die waren, zoals gebruikelijk in vroeger tijden, helemaal op zolder. Toen ze de deur open deed, straalde de zon door het ronde dakraam naar binnen. Voor het raam stond een klein bureautje dat door de erop geplaatste spiegel ook dienst kon doen als kaptafel. Net onder het schuine dak stond een gietijzeren twijfelaar met vriendelijk gebloemd beddengoed. Het rook er schoon en fris en ook de badkamer zag er goed uit. Hier zou ze het wel een paar dagen kunnen volhouden. 

Ze besloot zich eerst op te frissen en daarna zou ze het stadje wandelend een beetje verkennen. Ze had wel genoeg in de auto gezeten en Antonia verwachtte haar toch niet, dus het maakte niet uit of ze de volgende dag pas naar Santepulciano zou vertrekken. De douche was lekker warm, met een goeie straal en maakte dat ze zich weer een beetje mens begon te voelen. Schone kleren en een paar sandalen deden de rest. Ze pakte haar tas en zonnebril en wandelde dit keer via de smalle bediendentrap naar beneden. Bij de receptie leverde ze haar sleutel weer in. De obligate foldertjes van bezienswaardigheden en een gratis kaart van de stad stonden in rekken bij de deur. Ze wierp er een korte blik op en nam een kaart uit de houder. Eigenlijk wilde ze gewoon een beetje rondwandelen, maar misschien was het wel handig om een kaart bij zich te hebben. 

Ze liep op haar gemak door het stadje, dat langzaam weer ontwaakte richting het avondmaal. Kinderen speelden op pleinen en zo hier en daar zag ze zelfs wasrekken in een steeg staan. Blijkbaar kon dat daar gewoon. De terrassen stroomden vol met mensen die na hun werk even een aperol-spritz deden met vrienden. Goed verzorgde en smaakvol en modieus geklede mannen en vrouwen knuffelden, zoenden en luchtkusten alsof ze elkaar jaren niet gezien hadden en hun gelach en geroezemoes vulden de straten en pleinen. Ze glimlachte en bekeek vanaf een bankje bij een fontein het schouwspel. 

Haar blonde haren had ze los laten hangen en af en toe floot een te brutale Italiaanse macho naar haar. #metoo was nog niet helemaal doorgedrongen in deze regionen, gniffelde ze in zichzelf. Ze bekeek was restaurantjes, maar besloot uiteindelijk toch in haar hotel te eten. Dan kon ze tenminste snel naar haar bed na het eten, want ze merkte nu dat zo’n hele dag reizen zijn tol begon te eisen. Een gaap onderdrukkend, deed ze de voordeur van haar hotel weer open en liep ze naar het restaurant. Daar genoot ze van heerlijke maaltijd. Daar konden de Italiaanse restaurants thuis niet aan tippen. Ze twijfelde even of ze de pasta aglio e olio zou nemen, maar besloot toch voor een andere variant te gaan. Het idee om haar oma’s favoriete pasta te eten maakte haar eerder verdrietig dan hongerig. Met een volle buik en een beetje rozig van de Pinot Grigio die ze bij het eten had gedronken, liep ze weer terug naar haar kamer. De WiFi in het hotel was prima, dus ze checkte nog even haar telefoon en viel toen al snel in een diepe slaap. 

H3

Ze werd uit zichzelf al vroeg wakker met een zenuwachtige kriebel in haar buik. Vandaag zou ze de vriendin van haar overleden oma gaan bezoeken en haar misschien wel voor het eerst het slechte nieuws vertellen. Niet het meest fijne vooruitzicht. Na een snel ontbijt met een cappuccino en een cornetto, een Italiaanse croissant, stapte ze in haar auto en reed ze rustig naar Santepulciano. Het uitzicht was weer schitterend, maar dit keer kon ze er niet zo van genieten. Hoe zou ze ontvangen worden? En hoe zou haar nare nieuws ontvangen worden? Ze zag er als een berg tegenop, maar ze wist ook dat het een goede beslissing was geweest om hiernaartoe te komen. Vlak voor het dorp dwaalden haar gedachten weer een beetje af. Daardoor had ze niet door dat ze een klein stukje op de verkeerde weghelft belandde. Een luid getoeter haalde haar abrupt uit haar gepeins. Een welbekende gele sportwagen scheurde toeterend langs haar heen. Hij had zijn dak open en terwijl ze ingehaald werd, gebaarde de chauffeur woest naar haar. Ze meende ook wat scheldwoorden op te vangen, maar door zeer aanwezige claxon van de wagen, kon ze daar niet helemaal zeker van zijn. Uiteraard was ze geschrokken en ze voelde hoe de schrik en adrenaline door haar lijf schoten. Ze nam haar voet even van het gas en reed langzaam richting het dorpje. 

Eenmaal aangekomen, bedacht ze dat ze haar huiswerk heel slecht had gedaan. Ze had de brieven in het hotel laten liggen en had geen idee wat het adres van Villa Marghereta was. En het was een klein en niet heel rijk dorpje, de enige bewegwijzering die ze zag was dat het volgende dorp nog 10 kilometer was en het stadje waar ze vandaan kwam 36. Daar had ze niet veel aan. Ze meende zich te herinneren dat er in ieder geval nog een café in het dorp moest zijn en besloot haar auto op de parkeerplaats bij de kerk neer te zetten en te voet te zoeken naar het café. Die lag uiteraard niet ver van de kerk vandaan, volgens goed katholiek gebruik. Ze gniffelde even, trok de deur open en botste keihard tegen een warme muur. Althans zo voelde het. Toen ze opkeek bleek het geen muur, maar de man uit het vliegtuig, de man van de gele sportwagen te zijn. 

Ze verloor haar evenwicht, zowel fysiek als psychisch toen ze in die enorm blauwe ogen keek en een vleug van zijn aftershave rook. Maar hij had de reflexen van een kat en ving haar op voor ze kon vallen. En weer kwam ze tegen de muur terecht, maar nu met een paar sterke armen om haar heen. In haar binnenste begonnen vlinders te fladderen. Geërgerd probeerde ze die te negeren.

Ook hij was van zijn stuk gebracht door deze plotsklapse ontmoeting met de dame van het vliegtuig. Hij voelde iets in zijn binnenste opborrelen dat hij niet kende. En het irriteerde hem. Net als zij hem irriteerde met haar blonde haren, volle lippen en vrolijke glimlach. 

Even plotseling als hun botsing was, was de fysieke afstand weer normaal. Ze keken elkaar aan. Beiden keken boos. 

“De linker deur is de uitgang, de rechter de ingang. Kun je niet lezen? Heeft niemand je dat geleerd of zo?” begon de sportwagenman op ijzige toon. 

“Zeker wel, ik trok ook de rechter deur open. Dus eigenlijk zou ik deze vragen aan jou moeten stellen,” antwoordde ze vinnig. Hij keek haar even verbaasd aan, draaide zich om naar de deur te kijken en zijn kaak verstrakte even. 

Ook dat nog, dacht hij. Het was zijn eigen fout. 

“Okee, ik heb me blijkbaar vergist. Mi spiace.” Echt overtuigend klonk zijn excuus niet in haar oren, maar ze knikte kort en liep het café in. Ze hoorde hem nog mopperen tegen zijn gezelschap toen de deur achter haar dicht viel.

Ze moest even wennen aan de duisternis in het cafe. Buiten was het zonnig, maar om de zomerhitte buiten te houden, waren alle zonweringen naar beneden en kwam er weinig daglicht de ruimte in. Ze liep rustig naar de bar en bestelde een espresso. De man achter de bar was al wat ouder, met een grote witte snor en een vriendelijk gezicht. De brede bretels over zijn pantalon maakten het plaatje van de stereotypische barkeeper af. Ze glimlachte. Toen haar espresso kwam, keek ze de man aan, bedankte hem vriendelijk en vroeg of hij misschien Engels sprak. Het geijkte antwoord “a little bit” kwam snel. Ze wist dat dit kon betekenen dat hij haar in ieder geval de weg kon wijzen, of dat hij alleen maar een eventuele andere bestelling in het Engels zo begrijpen. Ze besloot de gok te wagen.

“Ik zoek een logement, Villa Marghereta. Weet u misschien waar het is?”

“Ahh, Villa Marghereta, si! Eh… it is not far from here,” antwoordde de man met een dik Italiaans accent. Maar het was al meer Engels dan ze had durven hopen. Ze pakte een pen uit haar tas en een servetje. De man besloot dat dat een slimmere oplossing was dan een gebroken Engelse uitleg en nam de pen uit haar hand. Met snelle bewegingen tekende hij een kleine plattegrond en legde haar aan de hand daarvan uit waar ze het huis kon vinden. Ze bedankte hem hartelijk en betaalde haar espresso met een stevige fooi. Die onmiddellijk weer werd teruggeven met een brede glimlach en een “not necessary!” Ze lachte breed en liep met de servetplattegrond naar haar auto. 

Dankzij de aanwijzingen kon ze het huis snel vinden en hoe dichter ze bij haar doel kwam, hoe zenuwachtiger ze werd. Ze reed een groot hek door, een stoffige oprijlaan met hoge cipressen op en ving een eerste glimp op van het huis. De zenuwen gierden nu door haar keel. Zou ze teruggaan? Ze stopte en net op dat moment kwam een grote Deense Dog luid blaffend op haar afrennen. Te laat…

De hond leek vriendelijk en toen hij ophield met blaffen omdat hij het te druk kreeg met snuffelen aan haar auto, hoorde ze een vrouwenstem.

“Bruno! Bruno! Vieni qui!”

Ze besloot voorzichtig haar autodeur te openen en meteen kwam een grote hondekop poolshoogte nemen. Zijn staart kwispelde en hij leek niets kwaads in de zin te hebben. Toen ze uit de auto was gestapt en de hond even achter zijn oren kriebelde, kwam de eigenaresse van de vrouwenstem en de hond de bocht om. Ze herkende haar van de foto’s, het was Antonia. Haar hart bonsde in haar keel en ze stak haar hand even op als groet. 

“Buon giorno,” zei ze met een bibberend stemmetje. 

Antonia bleef als aan de grond genageld staan. Ze wreef even in haar ogen en kwam toen voorzichtig dichterbij en mompelde van alles in het Italiaans. Af en toe ving Sanne de naam Victoria op. Ze besloot de gok te wagen.

“Nee, ik ben niet Victoria, maar haar kleindochter Sanne.”

De vrouw begon te stralen.

“Sanne! Benvenuto! Je grootmoeder heeft zoveel over je verteld! Maar wat brengt je hier?” 

Nog voor Sanne antwoord kon geven op die vraag had ze al twee dikke zoenen op haar wangen en een knuffel te pakken. En werd ze meegesleept naar het huis. Bruno sprong vrolijk met ze mee.

“Kom, zit, zit!” Antonia wees op de gezellige patio bij het huis. Sanne nam plaats in een van de comfortabele tuinstoelen. Antonia liep het huis in en kwam even later terug met een moka pot, twee kopjes en een grote berg koekjes waar Bruno zeer in geïnteresseerd leek te zijn. 

Antonia schonk twee kopjes in en schoof de koekjes naar Sanne. 

“Wat brengt je hier, mijn kind?” Antonia keek haar vriendelijk en een beetje nieuwsgierig aan. De oudere vrouw zag er nog goed uit. Rimpels sierden haar klassieke gezicht, omlijst door grijze krullen die in bedwang gehouden werden door een rode bandana. Ze droeg een vrolijk gekleurd schort en was gezond gebruind door de Italiaanse zon. Haar bruine ogen waren vriendelijk en rond haar mond was duidelijk te zien dat ze veel en graag glimlachte. Dat deed ze nu ook. Sannes glimlach bevroor en haar ogen vulden zich met tranen.

“Ik ben bang dat ik geen goed nieuws kom brengen. Mijn oma, Victoria, is helaas een kleine twee maanden geleden overleden. Ik vond uw brieven toen ik haar huis aan het opruimen was en ik wist niet wat ze u over haar ziekte had geschreven. De laatste brief ging erover dat ze deze zomer misschien weer zou komen.”

Antonia’s glimlach bevroor op haar gezicht en de tranen biggelden al snel over haar wangen.

“Ach nee, Victoria…” fluisterde ze. Sanne pakte de handen van de oude vrouw om iets van troost te bieden en werd meteen in een omhelzing getrokken. Antonia drukte haar stevig tegen zich aan en begon te huilen. Sanne sloeg haar armen maar om de vrouw heen en begon sussende geluiden te maken. Bruno legde zijn hoofd op de schoot van de vrouw, alsof ook hij wilde troosten. 

Ineens hoorde ze een bezorgde diepe stem naast zich.

“Nonna?” Ze vermoedde dat hij vervolgens vroeg wat er aan de hand was. Antonia maakte zich los uit de omhelzing, droogde haar tranen met haar schort en keek naar de jonge man die naast hen stond. Hij was lang en rossig, met een niet onknap en vriendelijk gezicht. Ze mocht hem meteen. 

“Rico,” zei ze zacht, terwijl ze zijn hand pakte. In het Engels legde ze hem snel uit wie Sanne was en met welk nieuws ze was gekomen. Hij schrok zichtbaar en keek haar meelevend aan, terwijl hij zijn oma een dikke knuffel gaf. Antonia begon meteen weer te huilen. 

Nadat de ergste emoties een beetje bedaard waren, haalde Rico, die de kleinzoon Federico uit de brieven bleek te zijn, een verse pot koffie en nieuwe koekjes. Want in alle commotie had Bruno zijn kans schoon gezien en de koekjes van de tafel gestolen. 

Terwijl ze van haar koffie nipte, vertelde Sanne wat er de afgelopen maanden allemaal was gebeurd. Af en toe, als het haar bijna te kwaad werd, legde Antonia haar hand op Sannes arm. Ze begreep nu een klein beetje waarom haar oma hier zo graag naartoe ging. Antonia straalde dezelfde warmte uit als haar oma had gedaan en ze voelde zich veilig en geliefd, ondanks dat ze de vrouw en haar kleinzoon nog nooit had ontmoet. 

Toen ze vertelde dat ze in het hotel in de stad logeerde, schudde Antonia woest haar hoofd en begon Federico allerlei opdrachten in het Italiaans te geven. Toen ze klaar was keek ze Sanne vastberaden aan.

“Sanne, je bent familie en familie slaapt niet in hotels. Wil je Federico je autosleutel en kamernummer geven? Hij zet je auto hier in de garage en gaat daarna je spullen uit het hotel halen. Je slaapt hier!” Sanne keek haar even beduusd aan en gaf haar autosleutel aan de man die hem met een brede grijns in ontvangst nam. Zijn ogen leken haar te zeggen dat protesteren geen zin had. Dat had ze zelf ook al geconcludeerd. Maar ineens herinnerde ze zich dat ze haar hotelkamer in een kleine puinzooi had achtergelaten en het beeld van de rossige lange man die haar koffer weer inpakte beviel haar niet.

“Eh, dankjewel voor het aanbod, maar ik zou graag meewillen om mijn spullen op te halen en te betalen voor de kamer.” Antonia keek even kritisch, maar besloot toen toch dat dat misschien wel een beter idee was. Wellicht had ze hetzelfde beeld als Sanne even tevoren had gehad. 

Federico was inmiddels weer terug met haar auto en parkeerde deze keurig in de garage. Antonia riep naar hem dat Sanne met hem mee zou en even later stopte er een Alfa Romeo met een open dakje naast het huis. Sanne pakte haar tas, zette haar zonnebril op en knoopte een sjaaltje die ze uit haar tas opdiepte om haar blonde haren. Ze had nog nooit in een cabrio gereden, maar ze kon zich zo voorstellen dat het wat winderig kon worden. Ze stapte in en zwaaide naar Antonia terwijl Federico de oprijlaan afreed. 

De eerste kilometers reden ze in stilte. Even had Sanne spijt van haar opmerking dat ze mee had gewild, want ze kende de man achter het stuur helemaal niet. Maar de herinnering aan alle kleren die verspreid over diverse stoelen en tafels in haar hotelkamer geslingerd waren, omdat ze niet wist wat ze moest aantrekken voor deze ontmoeting, deden deze gedachte weer teniet.

“Dus jij en Antonia runnen Villa Marghereta?” vroeg ze vriendelijk. Het was de enige vraag die ze kon bedenken om de stilte te doorbreken.

“Si.” 

Sanne was even van haar apropos door dit korte antwoord. 

“Doen jullie dit al lang?”

“Een jaar of 8.”

Alweer een kort antwoord.

“Dus je hebt mijn oma wel eens ontmoet?”

Deze vraag leek hem een beetje te ontdooien. 

“Inderdaad. Victoria was elke zomer een paar weken bij ons. Ze hielp mee met het schoonmaken en koken. Haar pasta was onovertroffen. En dat voor een niet-Italiaanse!” Zijn ogen straalden terwijl hij dat zei.

“Ja, ze kon heerlijk koken,” beaamde Sanne. Het ijs tussen de twee was nu echt gebroken en ze babbelde de hele weg over haar oma’s kookkunsten. Federico vertelde hoe ze een keer boos achter Bruno was aangerend toen de hond de worstjes voor het avondeten van de tafel had gestolen. Haar oma bleek vloeiend te zijn geweest in Italiaanse verwensingen voor de hond. Uiteindelijk had ze het merendeel van de worstjes kunnen redden, maar Bruno en zij waren nooit meer echt dikke vrienden geworden. Haar oma tolereerde de hond en Bruno op zijn beurt bleef op gepaste afstand van de keuken als zij er was. 

Aangekomen bij het hotel, stond hetzelfde meisje weer achter de receptie. Federico en zij bleken elkaar te kennen en hij legde snel in het Italiaans uit wat ze kwamen doen. Sanne ging snel haar spullen pakken, terwijl Federico bleef kletsen met de receptioniste. Nadat ze de uitcheck-formaliteiten had afgehandeld, waren ze snel weer op weg naar Santepulciano. 

“Jullie kennen elkaar?” 

“Ja, we hebben op dezelfde middelbare school gezeten. Hoewel zij altijd bij een populairdere groep kinderen hoorde dan ik. Rood haar blijft toch altijd iets aparts,” grijnsde hij. “Maar we komen elkaar regelmatig tegen op vergaderingen. Alle bedrijven die iets te maken hebben met het toerisme komen regelmatig bij elkaar om tips te delen en afspraken te maken. Vanavond is er weer eentje, trouwens.”

Toen ze weer bij het huis terug kwamen, werd Sanne meteen meegetroond door Antonia die haar het huis liet zien. Sanne wilde nog snel haar koffer uit de auto pakken, maar Federico was haar al voor geweest. Hij grijnsde naar haar en liep richting de deur. 

“Ik zet je koffer wel in je kamer!” 

Villa Marghereta was een oud landhuis, dat al generaties in de familie was. Heel vroeger was een van Antonia’s voorvaderen een rijke herenboer geweest, maar sneller dan de familie lief was geweest, was de moderne tijd ook in dit stukje Italië doorgedrongen. De schulden liepen op en uiteindelijk was het huis het enige dat nog over was. Dat wilden ze door niemand laten afpakken en uiteindelijk was het Antonia geweest die het idee had geopperd om er een logement van te maken. Er kwamen aan zo na de oorlog steeds meer toeristen in hun regio en wellicht konden ze er wel een graantje van meepikken. Het logement had een gestage stroom aan vaste zomergasten, waardoor ze het hoofd boven water konden houden. Maar Sanne kon zien dat er zo hier en daar op het onderhoud was beknibbeld. 

Het landhuis had twee kleine uitbouwtjes die op torentjes leken, maar het niet helemaal waren. Een ervan was ingericht als een kleine gemeenschapsruimte met boeken, een oude televisie, koelkast met versnaperingen en de mogelijkheid om koffie of thee te zetten. Op een sidetable zag Sanne nog een paar van de overheerlijke koekjes die Antonia bij de koffie had geserveerd. Antonia volgde haar blik.

“Bruno kan de trap hier niet op, dus hier staan ze veilig.” Dat was inderdaad net wat Sanne had staan bedenken toen ze de biscotti had gespot. Beneden zich hoorde ze de ongedurige voetstappen van de grote hond.

Toen ze bij het tweede torentje kwamen, zag ze net Federico naar buiten komen. 

“Dit is jouw kamer,” zei hij. Antonia vulde aan:

“Hier sliep Victoria altijd. We verhuren hem nooit aan anderen, dit is haar kamer.” Met tranen in haar ogen opende ze de deur.

Het was een knusse kamer, in warme terracotta kleuren met een groot ijzeren bed. Het zag er comfortabel uit en toen Sanne dichterbij kwam, zag ze op de nachtkastjes een groot aantal foto’s staan. Het waren foto’s van Victoria en Antonia toen ze jonger waren en ineens werd het Sanne duidelijk waarom Antonia zo verbaasd had gereageerd toen ze haar voor de eerste keer zag. Ze had het zich nooit gerealiseerd maar haar oma en zij leken sprekend op elkaar. 

Er stonden ook modernere foto’s tussen van haar moeder en op het andere nachtkastje stonden foto’s van Sanne zelf, van kleuter tot ergens in haar tienerjaren. Een eenzame traan liep over haar wang en voor ze net kon doen alsof er niets aan de hand was, voelde ze de armen van Antonia alweer om haar schouders. 

“Ik kan me niet voorstellen dat ze er niet meer is,” zei de oudere vrouw zacht. 

H4

Sanne voelde zich helemaal thuis in Villa Marghereta.  Ze hielp mee in het logement, maar zoveel werk was dat niet. Er kwamen niet veel gasten meer. Deels omdat de voorzieningen niet meer up-to-date genoeg waren voor hedendaagse veeleisende gasten, en deels omdat Antonia en Federico weinig reclame maakten voor hun huis. Langzaam kwam Sanne erachter dat de familie Dimiceli krap de eindjes aan elkaar kon knopen en dat er weinig overbleef om te investeren in het logement. 

Tijdens Ferragosto was het huis vol, niet met betalende gasten, maar met de hele familie die vanuit heel Italië traditiegetrouw naar het ouderlijk huis kwam om samen te eten en bij te praten. Zo goed en zo kwaad als het ging hielp Sanne Antonia bij het bereiden van het feestmaal, maar al snel bleek dat ze niet de culinaire talenten van haar oma had geërfd en werd ze door de zussen van Antonia de keuken uitgebonjourd. Niet dat ze dat heel erg vond… Alle kamers waren al netjes en de bedden opgemaakt, dus ze besloot maar een stukje te gaan wandelen. Bruno zag haar lopen en kwam in volle galop op haar af rennen om mee te lopen. Ze zag het enorme dier aankomen en ging een stap opzij om niet in botsing te komen. Helaas dacht de hond hetzelfde en knalde in volle vaart tegen haar op. Zoveel gewicht en zoveel vaart kon ze niet tegenhouden dus hond en mens rolden over het stoffige pad. Bruno nam zijn kans schoon en begon enthousiast haar gezicht te likken. Slap van de lach door deze domme actie, duwde ze de dog van zich af, stond op en probeerde haar zomerjurkje weer een beetje te fatsoeneren. Een wit jurkje met lichtblauwe bloemen bleek niet bestand tegen de stoffige rode grond van Santepulciano en afkloppen maakte het alleen maar erger. Met een jurk vol rode vegen liep ze nog een stukje verder met Bruno aan haar zij. Af en toe sprintte de hond een weiland in als hij weer iets dacht te zien bewegen, maar hij kwam snel weer terug. Net toen ze weer wilde omdraaien om terug te lopen, reed een geel sportwagentje met hoge snelheid langs haar heen. Ze schrok enorm, pakte de eerste de beste steen die ze kon vinden en smeet die naar de auto. Met een mooie plof kwam de steen op de kleine achterbank van de cabrio terecht en met gierende banden werd de auto tot stilstand gebracht. De welbekende chauffeur zette de auto in zijn achteruit en scheurde naar haar toe. Op een paar centimeter van haar af kwam hij tot stilstand. De adrenaline schoot nog steeds door Sannes aderen, dus het eerste dat over haar lippen kwam was een onvervalste Nederlandse scheldkanonnade. 

“Wie denk je wel niet wie je bent? Eikel! Kun je niet normaal rijden? Achterlijke…” Tegelijkertijd begon een onvervalste Italiaanse scheldkanonnade, terwijl hij de auto uitstapte, de steen van de achterbank pakte en hem voor haar voeten wierp. Briesend keken ze elkaar aan. 

“Wat haal je je in je hoofd om een steen naar mijn auto te gooien?”

“Wat haal jij je in jouw hoofd om keihard over een smal weggetje te rijden,” blafte ze terug. Inmiddels was Bruno ook weer teruggekomen na zijn achtervolging van een konijntje. Ze zag hem aankomen en voelde ze meteen een stuk veiliger. Als hij de hond zag, zou hij vast wel inbinden. 

Maar niets was minder waar. Toen Bruno de man zag, kwam hij vrolijk blaffend naar hem toe rennen en sprong tegen hem op. Met grote poten op zijn maatpak, begon de man breed te grijnzen en hij begroette Bruno even enthousiast terug. 

“Hoe ken jij Bruno?” Vroeg Sanne argwanend.

“Hoe ken jij Bruno?” Was de onmiddellijke wedervraag. 

Hij schudde de grote poten van zijn schouders, klopte het zand van zijn jasje, waar hij aanzienlijk beter in slaagde dan Sanne eerder met haar jurkje en zette een stap in haar richting. Zijn gezicht stond niet meer boos, daar had de ontmoeting met de grote hond voor gezorgd. 

“Ik realiseer me dat we elkaar inmiddels al vaker zijn tegengekomen, maar dat we nog nooit echt kennis hebben gemaakt. Ik ben Niccolo Paleari.” Zijn toon was beleefd en hij stak zijn hand naar haar uit. Ze legde haar hand in de zijne en het was alsof een bliksemschicht door haar arm schoot. 

“Sanne Wigbers,” antwoordde ze met een ietwat onvaste stem. 

“Ah, je komt uit Nederland”, stelde hij vast. “Maar brengt je hier?”

“Ik logeer in Villa Marghereta. Mijn oma en Antonia waren bevriend.”

“Victoria? Is ze er ook?” Zijn ogen stonden ineens een stuk vrolijker. 

“Ehm, nee,” zei Sanne op sombere toon. “Daarom ben ik hier. Ze is een paar maanden geleden overleden.”

“Ach nee…,” hij keek verslagen en verdrietig. “Wat spijt me dat. Ik heb haar een paar keer ontmoet en mocht haar wel.”

In de verte sloeg de klok 12 keer. 

“Nou Niccolo Paleari, leuk je te ontmoeten, maar ik moet nu terug, anders kom ik te laat voor het eten.” Ze draaide zich om en wandelde in de richting van het huis. 

“Wacht, ik breng je wel even,” antwoordde Niccolo, terwijl hij in zijn auto stapte en deze behendig op de smalle weg keerde. Bruno sprong spontaan achterin en Niccolo opende vanaf zijn stoel de bijrijdersdeur voor haar. Blijkbaar had ze weinig keus.

“Okee. Dankjewel dan,” zei ze, terwijl ze instapte.

“En jij ook bedankt, “ siste ze Bruno toe, die haar als antwoord een lik over haar neus gaf. Een brede glimlach brak door op haar gezicht. 

Niccolo gaf een dot gas en voor ze het wist, waren ze bij het huis aangekomen. Antonia en Federico stonden voor de voordeur om een krans op te hangen en keken verbaasd op toen de gele sportauto de oprit op scheurde.

“Buongiorno Niccolo!” Zei Antonia vriendelijk. Niccolo stapte uit de auto en begroette de oudere vrouw met twee zoenen op haar wangen. Federico en Niccolo knikten minzaam naar elkaar, maar zeiden geen stom woord. Sanne zag het tafereel met verbazing aan. 

“Je blijft toch wel eten?” Antonia keek de jongeman vriendelijk aan, terwijl Federico zichtbaar schrok van de vraag. Niccolo glimlachte vriendelijk en bedankte voor de eer. 

“Nee, ik heb een afspraak in de stad, waar ik al bijna te laat voor ben. Volgende keer, Okee?” Hij klopte Antonia op haar arm, knikte naar Federico en liep weer naar zijn auto waar Sanne nog steeds als aan de grond genageld stond. Natuurlijk kenden ze elkaar, het was een kleine, maar hechte gemeenschap en blijkbaar had Niccolo ook ergens zijn wortels in de regio liggen.

Niccolo dirigeerde Bruno weer uit zijn wagen en stapte in. 

“Bedankt voor de lift,” zei Sanne beleefd en ze stak haar hand uit om hem te bedanken. Zijn warme lenige vingers sloten zich om de hare en weer schoot de bliksemflits door haar arm. Ze trok snel haar hand terug.

“Graag gedaan,” zei Niccolo en hij grijnsde zijn regelmatige witte tanden bloot. Toen pakte hij zijn zonnebril van het dashboard en gaf weer een dot gas. Bruno rende luid blaffend een klein stukje met hem mee, maar de heerlijke etensgeuren lokten de grote hond al snel weer terug naar het huis. 

“Heb ik nog tijd om me op te frissen?” Vroeg ze aan Antonia, terwijl ze op haar stoffige jurk wees. “Bruno en ik hadden een iets te enthousiaste begroeting daarstraks.”

“Zeker, we eten over een half uur. Tijd genoeg.” 

Een klein half uur later, liep ze naar de tuin om te kijken of ze in ieder geval nog kon  helpen met het dekken van de tafel. Daar liep ze Federico tegen het lijf die met een norse blik bestek naast de borden aan het leggen was. 

“Kan ik nog ergens mee helpen?”

“Hoe ken jij Niccolo eigenlijk?”

Ze was een beetje verbaasd over deze wending en keek hem met grote ogen aan.

“Ik ken hem eigenlijk niet. Ik zat naast hem in het vliegtuig en ben hem in de afgelopen dagen een paar keer op een vervelende manier tegengekomen. Vanmiddag reed ie me bijna van de sokken tijdens mijn wandeling. Hoezo?”

“Gewoon,” was het nietszeggende antwoord.

“Nee, niet gewoon. Je stelt me deze vreemde vraag terwijl je een gezicht hebt als een oorwurm.”

“Misschien kun jij de glazen even schoonvegen en neerzetten?” Ze nam de glazendoek aan die hij haar aanreikte. 

Tijdens het tafeldekken vertelde Federico een voor haar nieuw onderdeel van hun familiegeschiedenis. Toen de overgrootvader van Federico niet meer rond kon komen van zijn boerderij, had de overgrootvader van Niccolo al hun land voor een prikje opgekocht. Eerst een stuk en steeds meer en steeds meer tot hij alles in bezit had, inclusief het huis. 

“Maar ik dacht dat het huis altijd in de familie was gebleven?”

“Het is een paar maanden niet in ons bezit geweest, vlak nadat mijn overgrootvader is overleden. Hij was een trots man en kon het niet aanzien dat alles waar hij zo voor gevochten had voor zijn ogen als sneeuw voor de zon verdween.” Zijn vrouw was overmand geweest door verdriet en toen ook de laatste rekeningen niet betaald konden worden, besloot ze ook het huis te verkopen aan de Paleari patriarch. Haar kinderen waren het hier niet mee eens. De oudste dochter stond op het punt om te trouwen met een rijke advocaat en uiteindelijk, na veel bemoeienis en boze brieven van zijn kant, konden de kinderen het huis weer terugkopen. Maar wel tegen een hogere prijs. De lening aan de familie van de advocaat was recent pas afgelost en nu was het huis weer helemaal van hen. Twee generaties later. 

“Maar het gaat niet heel goed met deze regio. En Niccolo is een zakenman die overal winst ziet. Hij bezit hier inmiddels nog meer grond dan zijn voorvader had en heeft een grote wijngaard met prijswinnende wijnen. Hij is ook de voorzitter van onze ondernemersvereniging. En volgens mij is hij inmiddels weer aan het azen op ons huis. Je hebt zelf kunnen zien dat het niet heel erg goed gaat met de klandizie.” Federico keek haar somber aan. Sanne voelde een strijdvaardige kriebel over haar rug. Als ze ergens niet van hield, dan was het wel van mannen die dachten dat alles te koop was en zo iemand was Niccolo ten voeten uit. Nou, not on my watch, dacht ze.

Inmiddels was de familie aangeschoven aan tafel en was het eten begonnen. Sanne kreeg de meeste gesprekken niet mee, maar genoot van de atmosfeer en het heerlijke eten. Het was duidelijk van wie haar oma haar kunsten had geleerd. Het eten en de wijn bleven komen. Langzaam zette de duisternis in en werden kaarsjes op tafel gezet. De Dimiceli’s namen familietijd heel serieus. Ze bleven samen zolang het kon. Sanne hielp af en toe met afruimen en afwassen, want ook een grote familie komt soms zonder glazen te zitten, maar nam uiteindelijk toch afscheid. In haar kamer luisterde ze nog naar het geroezemoes en gelach buiten en viel tevreden in slaap. 

H5

De volgende dag werd langzaam afscheid genomen van iedereen die naar Santepulciano was afgereisd en nu weer naar huis moest. Sanne hielp met het afhalen van de bedden en waar ze maar kon. Antonia zag er moe uit en Sanne en Federico vonden allebei dat ze het rustig aan moest doen en dirigeerden haar naar de bank met een kop thee. Die opdracht nam Antonia graag aan, hoewel stilzitten niet in haar aard zat. 

Federico en Sanne poetsen en stoften de hele middag en aan tegen het einde van de dag was Villa Marghereta weer helemaal spic en span en klaar voor nieuwe gasten. Sanne warmde snel wat restjes op van de vorige dag en gedrieën genoten ze van een uitgebreide kliekjesdag. 

“Mag ik een brutale vraag stellen,” vroeg Sanne voorzichtig. Twee paar ogen keken haar verbaasd en een beetje verschrikt aan. 

“Hoe bedoel je?”

“Nou, gisteren liet Federico zich ontvallen dat het niet heel goed gaat met de villa. En eigenlijk had ik dat zelf ook wel gezien, want er zijn niet heel veel gasten geweest in de periode dat ik er ben. Dus hoe slecht gaat het eigenlijk?”

Antonia zuchtte diep. 

“We kunnen waarschijnlijk dit seizoen nog afmaken, maar voor volgend jaar hebben we geen enkele boeking staan en we moeten nodig opnieuw schilderen en de badkamers zijn aan vernieuwing toe. Het is een kwestie van tijd voor ergens een leiding barst en dat wil je eigenlijk liever voor zijn.” Antonia keek somber voor zich uit. 

“Niccolo heeft aangeboden om ons huis te kopen en ik ben zijn aanbod serieus aan het overwegen.”

“Over mijn lijk!” Zei Federico fel.

“Rico,” zei zijn oma zacht terwijl ze haar hand op zijn arm legde. Hij schudde haar had van zijn arm en schoof bruusk zijn stoel naar achteren. 

“Nonna, je weet wat de Paleari’s ons hebben aangedaan! En waarom heb je me dit niet verteld?” Federico schreeuwde bijna, zo boos was hij. 

“Rico,” smeekte zijn oma nogmaals. 

“Nix Rico. We verkopen niet aan de Paleari’s. Nooit!” `Hij stormde weg en sloeg de deur achter zich dicht. Ze hoorden hem de trap opstampen naar zijn kamer en daarna zijn kamerdeur met een klap dicht gaan. 

Antonia zuchtte vermoeid. Sanne verzamelde de borden en begon snel aan de afwas. Toen ze klaar was, maakte ze snel een pot koffie en liep ze gewapend met de restjes biscotti terug naar Antonia. 

“Rico bedoelt het goed,” begon zijn oma zijn gedrag te vergoelijken. Antonia vertelde hoe haar kleinzoon door haar man was gevoed in zijn afkeer voor de Paleari’s. Niccolo en Federico bleken ook nog eens bij elkaar op school te hebben gezeten en daar was de concurrentiestrijd tussen de twee in volle hevigheid losgebarsten. Niccolo was in veel dingen net een tikje beter en ook meisjes leken hem altijd te verkiezen boven de wat lievige Federico. Behalve Francesca, een nieuw meisje in hun klas. Zij leek Federico te prefereren en hij was de koning te rijk met haar. Hij aanbad de grond waar ze op liep. Ze waren een tijdlang onafscheidelijk, tot Federico ging studeren in Rome. Eerst waren er lange brieven en telefoongesprekken, maar die werden steeds sporadischer. 

Toen hij het weekend van Ferragosto thuiskwam, zocht hij Francesca op, maar toen hij aanbelde deed niet zij, maar Niccolo de deur open. Francesca en hij hadden elkaar gevonden in zijn afwezigheid en dat was voor Federico de druppel wat betreft de familie Paleari. 

“Maar Niccolo wist toch dat Francesca bezet was?”

“Ach, liefde kruipt soms waar het niet gaan kan,” antwoordde Antonia gelaten. 

Terwijl ze van haar koffie nipte, dacht Sanne na over alles wat ze had gehoord. Ze snapte de afkeer die Federico had. Ze kon Niccolo niet uitstaan, met zijn arrogante maniertjes en zijn perfecte voorkomen. Die donkere krullen en waanzinnig blauwe ogen. Okee, hij was knap, maar dat wist ie zelf veel te goed. Ze brieste even en schudde de negatieve gedachten aan de man van zich af. 

Voor ze naar bed ging, klopte ze nog even aan Federico’s deur. 

“Federico? Mag ik binnenkomen?”

Een soort bevestigende grom klonk van de andere kant. Ze vatte het op als een ‘ja’ en liep naar binnen. 

Federico lag op zijn buik op zijn bed en keek uit het raam. 

“Alles wat je ziet was vroeger van ons,” zei hij peinzend. Ze ging naast hem zitten en legde haar hand op zijn rug. 

“Ik weet het,” zei ze zacht. 

Federico draaide zich om en nam haar hand in de zijne. Hij keek haar intens aan en boog zich voorover. Zijn lippen waren warm en zacht op de hare en hij smaakte naar de bramentaart die ze als toetje hadden gegeten. De kus was fijn, maar zette haar niet in vuur en vlam. Ze maakte zich langzaam los uit de omhelzing en keek hem aan.

“Ik viel al voor je toen je op onze oprit stond,” zei hij zacht, terwijl hij zijn hand op haar wang legde. Ze glimlachte en leunde eventjes tegen zijn hand. Ze zei niets. Federico was lief, zacht, en met zijn lange gestalte zeker aantrekkelijk. En hij was een betrouwbare harde werker met het hart op de goede plaats. Hij had dus alle papieren om een fantastische man te zijn voor de vrouw die hij de zijne mocht noemen. 

“Ik ga naar bed. Welterusten Federico,” zei ze zacht en ze kuste hem nogmaals op zijn warme lippen. 

“Welterusten Bella Sanne,” antwoordde hij terwijl hij haar dromerig nakeek.  

Sanne sloot deur zacht achter zich en zuchtte even diep. In haar slaapkamer maakte ze zich op voor de nacht. Terwijl ze haar haren borstelde voor de spiegel voelde ze even aan haar lippen. Het was een fijne kus geweest, maar ze had een hint van spijt gevoeld toen ze zijn lippen voelde. Een gevoel dat ze niet helemaal kon verklaren. Ach, dacht ze, in het licht van de ochtend zou alles er vast anders uitzien. 

Ze sliep slecht die nacht. Ze bleef woelen en draaien en kon haar ligje niet vinden. Elke keer als ze haar ogen sloot, zag ze de verliefde blik van Federico weer en voelde ze weer het ongemakkelijke schuldgevoel. Uiteindelijk besloot ze maar op te staan en wat research te doen naar B&B’s en hoe deze business in elkaar stak. Ze liep naar de keuken, zette een grote pot koffie, opende haar laptop en ging aan de slag. 

Toen Antonia de keuken in kwam lopen, was Sanne net klaar. Federico kwam een paar minuten later. Sanne voorzag beide van een espresso en wat zoete broodjes en schraapte haar keel.

“Ik wil jullie een voorstel doen.” Ze keken haar aan met een verbaasde en nieuwsgierige blik. 

“Ik wil investeren in de villa en er samen met jullie een bloeiende B&B van maken. En ik heb er ook al een businessplannetje voor opgesteld. Ze schoof haar laptop naar hen toe. De volgende tien minuten waren gehuld in stilte, terwijl Federico en Antonia de plannen doorlazen. Antonia was de eerste die de stilte doorbrak.

“Maar lieve kind, dit kunnen we toch niet aannemen? Dit is te veel.”

Sanne haalde kort haar schouders op.

“Mijn oma woonde in een huis dat al volledig was afbetaald toen ik het verkocht en had in haar leven goed gespaard. Ik weet zeker dat ze het goed zou vinden als we dat gebruiken, zodat het huis weer een paar generaties in de familie kan blijven.”

Antonia omhelsde haar met tranen in haar ogen. Federico maakte er en licht ongemakkelijke group hug van door zijn lange armen om hen beiden heen te slaan. 

“Dus jullie gaan akkoord?”

“Op een voorwaarde,” zei Federico. De beide vrouwen keken hem afwachtend aan.

“Dat we de naam van het huis veranderen in Villa Nonna Victoria. Ter ere van je oma.” Hierop kon Sanne alleen maar knikken, met een dikke brok in haar keel. 

H6

Sanne was nerveus. Met licht klamme handen zat ze in de gang van het gemeentehuis op een harde bank te wachten. Ze moest een presentatie geven over haar plannen bij de ondernemersvereniging en ambtenaren om toestemming te krijgen voor een aantal uitbreidingen. Ze wilden twee bijgebouwen omtoveren tot zelfvoorzienende appartementen, en in een overwoekerd weiland een zwembad aanleggen. En daar waren vergunningen voor nodig. Ze hoopte dat haar presentatie en artist’s impressions hen enthousiast zouden maken, maar ze vreesde dat de taalbarrière misschien een probleem zou kunnen vormen. Een uiterst beleefde dienstbode opende de deur van de zaal en liet haar binnen. De man had haar laptop al aan een groot scherm gekoppeld en alles werkte naar behoren. Dat was in ieder geval al een zorg minder. Ze liep naar haar laptop, haalde even diep adem en keek de zaal in. Recht in een paar bekende blauwe ogen. “Oh shit, ik was vergeten dat hij hier ook bij zou zijn,” dacht ze.

“Buongiorno signori e signore,” begon ze met een licht onvaste stem. “Hierbij wil ik u plannen presenteren voor het nieuwe Villa Nonna Victoria.” Ze opende de eerste dia van haar presentatie en begon. “Ik zou u willen vragen om me eerst aan te horen en uw vragen te bewaren tot het einde. Dankuwel.”

Terwijl ze de plannen ontvouwde, toelichtte en vooral bejubelde, had ze continu het gevoel dat twee kille blauwe ogen in haar rug prikten. Toen ze klaar was met haar presentatie, klonk er een klein applausje en het viel haar op dat Niccolo niet meeklapte. Dat kon nooit veel goeds beloven. 

“Waarom zouden we een Nederlandse toestemming geven om ons erfgoed te verbouwen,” was zijn eerste onverwachte vraag. Ze was van haar stuk gebracht en mompelde het meest onzinnige antwoord dat ze kon bedenken.

“Waarom niet?”

Niccolo’s ogen spuwden vuur bij dit antwoord. Hij haalde een paar keer diep adem, maar kon zich toch niet beheersen. Wat volgde was een tirade dat er al zoveel van hun erfgoed was verkwanseld aan rijke buitenlanders die niets gaven om hun tradities en families en die alleen maar snel geld wilden verdienen en geen enkele band opbouwden met de mensen en de regio. En ze sprak nota bene geen woord Italiaans! Dus hoe konden ze dit nou serieus nemen. Sanne zag een aantal aanwezigen instemmend knikken en voelde hoe de moed en het optimisme diep in haar schoenen zonken. Dit ging niet goed. 

Een van de ambtenaren bedankte haar na de speech van Niccolo vriendelijk voor haar komst en dat iemand binnenkort wel contact met haar zou opnemen. Met trillende handen ontkoppelde ze haar laptop en met knikkende knieën liep ze de zaal uit. De snelste route was dicht langs de stoel van Niccolo en ze moest de neiging bedwingen om hem keihard tegen de schenen te slaan met haar laptoptas. Het leek haar  beter om met opgeheven hoofd weg te lopen en zich niet te verlagen tot dat soort kinderachtig gedrag. Toen ze de deur achter zich had gesloten, plofte ze neer op de bank en liet haar hoofd in haar handen zakken. “Wat een fiasco,” dacht ze. Ze hoorde niet hoe de deur van de zaal nogmaals open ging. Pas toen ze een paar italiaanse designerschoenen voor zich zag staan, realiseerde ze zich dat ze niet meer alleen was. Zonder op te kijken wist ze wie de eigenaar van de schoenen was. 

“Wat is jouw probleem met mij?” vroeg ze vermoeid, met haar hoofd nog in haar handen. Een spottend lachje kwam over zijn lippen.

“Haal je maar niets in je hoofd, meisje Het ie niet persoonlijk, het is gewoon dat ik al teveel van jouw soort heb langs zien komen en ik jullie wil stoppen voor er weer van alles stukgemaakt wordt.”

Met een ruk keek ze op. 

“Mijn soort?” siste ze. “Mijn soort? Je weet helemaal niets van mij, behalve mijn naam. Dus waar haal je het gore lef vandaan om zulke dingen te zeggen? Wie denk jij wel niet wie je bent?” Haar groene ogen spuwden vuur. Hij bleef haar met een minachtende blik aankijken, wat haar nog woester maakte.

“Weet je wat? Laat maar. Dit, jij, allemaal gewoon verspilling van mijn energie.” Ze greep haar laptop en beende het gebouw uit. Hij keek haar na en tot zijn ergernis bleven zijn ogen vooral op haar perfecte ronde billen hangen en kreeg hij gedachtes die hij liever niet had. Hij draaide zich om, slaakte een diepe zucht en liep weer terug de zaal in. Op naar de volgende lange vergadering. 

Toen ze weer bij het huis was, stonden Antonia en Federico al op haar te wachten met een hoopvolle blik in hun ogen. Maar die was snel verdwenen toen ze de uitgebluste Sanne uit de auto zagen stappen.

“Hebben we geen toestemming?”

“Dat weet ik nog niet, maar de presentatie ging niet heel erg goed. Die stomme Niccolo Paleari!” Haar stem werd luider en klonk woester toen ze de naam van de man uitsprak wiens levensdoel het leek te zijn om haar te irriteren. Ze zag ook Federico’s gezicht verstrakken toen hij de naam van zijn aartsvijand hoorde. Ze legde even haar hand op zijn arm. 

“Kom we gaan naar binnen en drinken een glas prosecco en bidden op toch een goede afloop,” zei Antonia. Ze probeerde monter te klinken, maar dat lukte niet helemaal. 

“Dus hij wil zo graag dit huis in bezit krijgen, dat hij onze prima plannen gaan saboteren,” concludeerde Federico somber. Sanne legde haar hand op zijn arm en kneep even zachtjes. Hij legde meteen zijn hand bovenop de hare. Het voelde warm en vertrouwd. Na hun kus waren ze nooit meer met zijn tweetjes geweest en ze hadden er niet meer over gesproken. Daar was Sanne niet heel rouwig om, want ze vreesde een moeilijk gesprek. 

Antonia bladerde door het boekje dat ze hadden laten maken met de plannen. Sanne had niet eens de kans gekregen om deze te overhandigen aan de ambtenaren. Ze was ook zo van haar stuk gebracht door de tirade van Niccolo dat ze er niet eens aan had gedacht. 

“Weten we eigenlijk waar die mensen van de gemeente wonen,” vroeg ze.

“Ja, dat is gewoon algemeen bekend. Hoezo?” vroeg Federico.

“Misschien kunnen we deze boekjes nog even bij hen door de bus doen. Met een briefje, in het italiaans waarin we ze vragen om het rustig door te nemen voor ze een beslissing nemen.”

“Baat het niet, dan schaadt het vast ook niet. Ik zal een briefje opstellen,” zei Federico en hij liep naar het kantoor waar de computer en printer stonden. 

“En als ze niet willen lezen, dan zijn er nog altijd verbeteringen die we zonder hun toestemming kunnen doorvoeren, “ bedacht Antonia. Sanne voelde ineens een enorme opluchting en gaf de oude dame een dikke knuffel. 

“Ja, natuurlijk! We laten ons niet uit het veld slaan door zo’n Niccolo Paleari!” 

H7

Na heel veel telefoontjes hadden ze uiteindelijk een aannemer gevonden die voor een redelijke prijs kon beginnen aan het opknappen van de villa zelf. En een lokale kunstenaar die altijd een zwak had gehad voor Victoria had een prachtig uithangbord ontworpen. Hij maakte er twee, zodat ze er eentje aan het huis en eentje aan het begin van de oprijlaan konden ophangen. Sanne en Federico namen het schilderwerk in de kamers op zich, zodat ze zich die kosten in ieder geval konden besparen. Sanne stond een kozijn te schuren, toen ze ineens twee lange armen om zich heen voelde. Ze draaide zich abrupt om en voelde meteen Federico’s lippen op de hare. Ze voelde geen opwinding, geen vlinders, maar eigenlijk alleen irritatie. Voorzichtig maakte ze zich los uit de innige omhelzing. 

“Federico,” begon ze zachtjes. “Ik denk dat we even moeten praten.” Hij liet haar meteen los en deed een stap naar achteren. 

“Hmm, ik denk dat ik al weet waar dit heen gaat,” zei hij somber. “Het ligt niet aan jou, maar aan mij en ik denk dat we dit niet meer moeten doen. Dat wil je zeggen toch?” De laatste zin kwam er wat bozig uit. 

“Mja, zo’n beetje ja. Je bent een geweldige vent, maar ik heb gewoonweg geen romantische gevoelens waar het jou aangaat. Ik hou van je als van een broer, maar dat is het.” 

Federico liet zijn schouders zakken en liep naar de potten verf die klaarstonden. 

“Ja, ik had al zo’n vermoeden toen we na die keer in mijn kamer nooit meer hadden gezoend. Soms leek het alsof je me aan het ontlopen was.”

“Nee, nee, nee,” zei Sanne snel. “Het waren gewoon de omstandigheden. Ik heb je nooit bewust ontlopen. Maar we kunnen toch goede vrienden blijven?”

“Ja, natuurlijk. Dus, vriendin, ga je morgen met me mee naar Napels om te zien of het bloed ook dit jaar weer vloeibaar wordt?”

“Bloed? Waar heb je het over?” Sanne rilde even. 

Hij legde haar kort uit dan in Napels drie keer per jaar een processie is ter ere van San Gennaro, de beschermheilige van de stad. In het jaar 305 werd hij onthoofd, maar zijn bloed werd opgevangen en in ampullen gedaan. Drie keer per jaar wordt een reliekhouder met een ampul omgedraaid om te zien of het bloed vloeibaar wordt, want als dat niet gebeurt, dan betekent het rampspoed voor de stad en de nabije omgeving. 

“Okee, ik wil wel mee,” antwoordde Sanne. “Maar nu eerst deze kamer afmaken. Aan het werk jij!” zei ze, terwijl ze dreigend met een verfkwast vol grondverf op hem afliep. Hij lachte en sprong behendig weg voor hij geraakt kon worden. 

“Ja baas!” 

Terwijl ze zo samen bezig waren om de kamer een makeover te geven, voelde Sanne zich opgelucht dat hij haar afwijzing zo sportief had opgevat. Er viel last van haar schouders. 

De volgende dag vertrokken ze halverwege de middag richting Napels. Federico kende Napels op zijn duimpje en Sanne liep zonder veel acht te slaan op de route met hem mee. Ze was, behalve de eerste dag, nog nooit in Napels geweest en keek haar ogen uit. 

Hoe dichter ze bij de Duomo kwamen, hoe drukker het al werd. Sanne vond twee plekjes op een bankje langs de processieroute en bleef zitten terwijl Federico bij verschillende kraampjes wat lekkers te eten en te drinken kocht. Sanne keek haar ogen uit. Mannen, vrouwen en kinderen liepen opgewonden door de straten en over het plein en zochten de beste plekjes op om de processie en natuurlijk het slingeren van de ampullen te kunnen zien. Federico had haar verteld dat het spektakel zelfs op televisie te volgen was. Hij kwam terug met een volle mand vol lekkers en een klein flesje rode wijn en twee plastic glazen. Terwijl ze van het eten en het geroezemoes om hen heen genoten, spraken ze weinig, maar het was een gemoedelijke stilte. Af en toe stoten ze elkaar aan om de ander te wijzen op een grappig tafereeltje of om kort iets te zeggen over wat er gebeurde. De straat werd steeds voller en voller naarmate het tijdstip van de mis dichterbij kwam. Ze besloten op te staan en richting de kerk te lopen. Daar vonden ze nog net een plekje met een goed uitzicht. Federico legde haar uit wat er gebeurde en toen er gezwaaid werd met een witte sjaal, om duidelijk te maken dat ook nu het bloed weer vloeibaar was geworden en rampspoed was afgewend, juichte Sanne vrolijk mee met de mensenmassa om haar heen. Om haar heen probeerde mensen dichterbij de kerk te komen, terwijl Federico en zij juist de andere kant op wilden, richting de auto en richting Santepulciano. In het gedrang wist ze het bankje waar ze eerder hadden gezeten te bereiken en ze klom er bovenop om over de massa heen te kunnen kijken waar Federico was gebleven. In een zijstraatje zag ze zijn rode haardos boven de mensen uitsteken. Ze sprong van het bankje en rende het straatje in. Eventjes lukte het haar om hem te volgen. Er botste een grote Napolitaan tegen haar op en de tas die ze tegen haar buik had geklemd viel uit haar handen op de grond en haar telefoon gleed eruit. Ze dook naar beneden om tas en telefoon te redden, maar toen ze weer omhoog kwam was ze Federico kwijt. Had ze nou maar opgelet toen ze naar de kerk waren gewandeld. Ze vloekte even zachtjes en liep snel in de richting waar ze hem voor het laatst had gezien. De mensenmassa werd steeds dunner, maar Federico was in geen velden of wegen te bekennen. En ze had geen flauw idee meer waar ze heen moest. Ze kwam al zoekend bij een andere kerk, die ze zich niet kon herinneren en realiseerde zich dat ze verdwaald was. Gelukkig waren er mobiele telefoons. Zittend op de trappen van de kerk, probeerde ze Federico te bereiken, maar ze kwam direct in zijn voicemail. Ze sprak kort in waar zij ongeveer was en besloot dat ook nog in een tekstbericht aan hem te sturen. Op de trap van de kerk wachtte ze en hoopte ze dat Federico naar haar toe kwam of haar in ieder geval belde. Toen haar telefoon overging sprong haar hart blij op.

“Federico?” De verbinding was slecht, ze hoorde hem iets zeggen van auto en teruglopen, maar ze kon er geen chocola van maken. Even plotseling was ook de verbinding weer verbroken. Ze belde meteen terug. En nog een keer en nog een keer tot haar scherm zwart werd. Ze drukte verwoed op de aanknop en in een flits zag ze dat haar batterij leeg was. Meteen dook ze in haar tas om een powerbank te zoeken, maar ze vond alleen het snoertje. Waarschijnlijk was het apparaatje dat de grootte had van een lipstick uit haar tas gerold toen die op de grond was gevallen. Ze vloekte een paar keer hartgrondig. Er zat niets anders op dan te wachten tot Federico kwam. Ze hoopte dat dat snel was, want het werd langzaam steeds donkerder. 

“Sanne?” hoorde ze een bekende stem naast zich. Ze keek geschrokken op. Van alle mensen op deze aardbodem moest ze in deze situatie natuurlijk uitgerekend Niccolo tegenkomen. 

“Wat doe jij hier? Dit is niet een goeie plek om uit te rusten, zeker niet voor een meisje dat er zo duidelijk uitziet als een toeriste als jij.”

Sanne voelde meteen de irritatie in haar opborrelen.

“Ik wacht op Federico. Hij kan elk moment komen. Dus jij kunt wel weer verder lopen.” Maar op het moment dat ze dat zei, zag ze twee wat ongure figuren uit een donkere steeg komen en liep een rilling over haar rug. Niccolo zag ze ook en pakte haar arm om haar omhoog te trekken. 

“Kom,” zei hij kort. Hij sloeg zijn arm om haar heen en trok haar dicht tegen zich aan. Sanne probeerde het gekriebel in haar buik te negeren. Met zijn vrije hand pakte hij haar tas en hield die stevig tegen zich aan. Hij trok haar mee en liep snel van de mannen weg. Het tempo lag hoog, ze had moeite om zijn lange passen bij te houden, maar het beeld van de twee figuren hielp om snel met hem mee te lopen. Hij trok haar mee een klein café in en duwde haar op een stoel in de hoek. Bij de bar bestelde hij twee espresso en nog geen minuut later kwam hij tegenover haar zitten. Hij droeg weer een van zijn maatkostuums en het viel haar weer op hoe goed hij er eigenlijk uit zag. Zijn haar was ietsje te lang geworden inmiddels en krulde over het smetteloze witte boord van zijn overhemd. 

“Wat deed je daar in hemelsnaam?” vroeg hij met een geïrriteerde stem.

“Dat vertelde ik je toch? Ik wachtte op Federico.”

“Laat die idioot je gewoon achter in Napels terwijl het avond wordt?” hij blafte de woorden bijna. 

“Hoho, rustig!” Sanne legde hem uit wat er was gebeurd. Nog voor ze was uitgepraat, zag ze hoe Niccolo zijn eigen telefoon pakte en begon te bellen. Het enige dat ze kon ontcijferen van zijn geratel in het Italiaans was dat hij Federico aan de telefoon had en af en toe haar naam. Eigenlijk klonk het best charmant zoals hij haar naam uitsprak met zijn Italiaanse tongval. Snel schudde ze die gedachte van haar af. Hij was snel klaar met het gesprek en ze keek hem afwachtend aan. 

“Ik breng je zo dadelijk wel naar Santepulciano,” was het enige dat hij kort zei. 

“Helemaal niet!” protesteerde Sanne. “Waar is Federico? Hij zou me komen halen.”

“Die heb ik naar huis gestuurd. Nadat ik hem de huid had volgescholden hoe hij het in zijn hoofd haalde om jou alleen achter te laten in een stad als Napels.” Niccolo keek grimmig, zijn blauwe ogen schoten vuur. 

“Hij kon er niets aan doen! Ik heb zelf niet goed opgelet waar we liepen. Geef me je telefoon, dan vertel ik hem waar we zijn zodat ie me kan oppikken.”

“Geen denken aan.” Hij was onverbiddelijk. Ze zag aan zijn hele houding dat het geen zin meer had om met hem in discussie te gaan en besloot zich er maar bij neer te leggen. 

“Heb je gegeten?” vroeg hij ineens iets vriendelijker.

“Ja, we hebben wat gegeten bij de kerk.”

“Dat is geen eten, dat is snacken. Kom.” Hij stond op en stak zijn hand naar haar uit. Ze aarzelde even, maar legde toen toch haar hand in de zijne. Onmiddellijk voelde ze weer de bliksemschichten en het leek er even op dat hij ze ook voelde want hij kneep even zachtjes, bijna onmerkbaar in haar hand. Hij pakte haar tas van tafel, riep een groet naar de man achter de bar en trok haar mee het cafe. Uit. Terwijl ze naar wegliepen, liet hij haar hand niet los. Eigenlijk voelde het best veilig een vertrouwd, dus ze liet het zo.

Hij nam haar mee naar een klein restaurantje, waar hij met twee klapzoenen op zijn wangen en een dikke begroet werd door de eigenaresse, die meteen achter het open fornuis weg kwam rennen toen ze Niccolo zag. Ze werden meegetroond naar een tafeltje waar zij goed zicht hadden op de keuken en het keukenpersoneel goed zicht had op hen. Er werd meteen brood op tafel gezet en een karaf wijn en water ingeschonken. Niccolo en de vrouw babbelden wat, waarbij af en toe naar Sanne werd gewezen en gekeken. De vrouw kneep hem even in zijn schouder en liep naar de keuken, terwijl ze nog wat naar hem riep. Niccolo lachte hartelijk en Sanne keek hem even verbaasd aan. Als hij zo lachte, leek hij een compleet andere man. Nog steeds ontegenzeggelijk knap, maar met een veel vriendelijker uitstraling. Ze voelde hoe haar hart een maat oversloeg. 

“Mijn familie en ik komen hier al jaren. Raffaella kent me al sinds ik een kind ben. Ik heb haar verteld om wat lekkers voor ons klaar te maken. Vertrouw me maar, je zult smullen.”

Sanne nam een stukje brood en doopte het in de olijfolie voor haar. Het brood was heerlijk en leek bijna te smelten op haar tong. Dat beloofde al veel goeds!

“Waarom ben jij eigenlijk in Napels,” vroeg ze hem, nadat ze het laatste stukje brood had doorgeslikt. 

“Voor de processie, net als jij. Maar daarna had ik nog een korte afspraak vlakbij de kerk waar jij zat.” Meteen na deze opmerking kwam Raffaella met de antipasti en werd het stil aan tafel. Sanne genoot van het heerlijke eten. Tussen de gangen door babbelden Niccolo en zij op een relaxte manier die ze nooit voor mogelijk had gehouden. Eigenlijk was hij geen onaardige man, besloot ze. Niccolo vond het leuk om te zien hoe Sanne genoot van het eten dat zijn oude vriendin hen voorschotelde. De meeste van de vrouwen die hij mee uit eten nam, lieten zich vooral leiden door de hoeveelheid calorieën die op hun bord lagen en namen een paar muizenhapjes om hem te plezieren. Het deed hem deugd dat Sanne het de kookkunsten van Raffaella net zo waardeerde als hijzelf dat deed. Hij schonk haar wijnglas nog bij, maar besloot het zelf bij water te houden. Hij moest immers nog rijden. 

Na de maaltijd kwam Raffaella nog even bij hen zitten om bij te kletsen met Niccolo. Het meeste ging in rap Italiaans. Omdat zij er niet veel van verstond, verexcuseerde ze zich en liep ze naar het toilet, terwijl ze ondertussen de wanden bekeek waarop foto’s van de vaste gasten prijkten. Vlak bij de trap naar de toiletten meende ze de familie van Niccolo te herkennen. 

Toen ze terugliep stonden Niccolo en Raffaella al naast het tafeltje om met een dikke knuffel afscheid te nemen. Sanne liep vlug naar ze toe en bedankte de vrouw voor het overheerlijke eten. Ook zij kreeg een dikke knuffel en de mededeling dat vrienden van Niccolo, ook vrienden van haar waren. Zeker als het meisjes waren met zulke mooie blonde haren en een gezonde eetlust. Sanne moest hartelijk lachen en zag niet hoe Niccolo naar haar keek met een mengeling van verwarring en vertedering. Hoffelijk hield hij de deur van het restaurant voor haar open, riep nog een laatste groet naar Raffaella en haar keukenbrigade en nam haar weer bij de hand. Ze keek even verbaasd op, maar liet haar hand in de zijne. 

“Kom, mijn auto staat deze kant op,” zei hij, terwijl hij haar zachtjes meetrok in de juiste richting. Ze liepen rustig naar zijn auto, blijkbaar hadden ze allebei geen haast om deze avond te beëindigen.

Bij de auto hield hij ook weer hoffelijk de deur voor haar open en stapte daarna zelf in. 

“Eh, Niccolo..” begon ze voorzichtig. “Zou je misschien iets minder hard kunnen rijden dan je normaal doet in je scheurijzer?”

Niccolo begon hard te lachen, een geluid dat weer vlinders in haar buik deed opfladderen. 

“Deal,” zei hij simpel. En heel relaxed reed hij de stad uit, richting Santepulciano. Hij had een digitale playlist opgezocht met rustige jazzmuziek en voor Sanne was het de perfecte soundtrack van de avond. 

Vlak voor ze de weg naar Santepulciano zouden inslaan, zei Niccolo ineens “Kom, ik wil je iets laten zien.” en reed een klein zandpad. Ze had het pad zelf nog nooit gezien, terwijl ze toch regelmatig over deze weg was gereden in de weken die ze nu in Italië was. 

“Waar ontvoer je me naar toe?” vroeg ze gekscherend. In het licht van het dashboard kon ze nog net een glimlach om zijn lippen zien. 

“Dat is een verrassing,” antwoordde hij op geheimzinnige toon.

Het pad slingerde omhoog, tussen cipressen en andere naaldbomen. Hij nam de bochten behendig, het was duidelijk dat hij de weg vaker had gereden. Opeens leken de bomen te wijken en kwamen ze aan op een open plek, bovenop een heuvel. Niccolo stopte, stapte uit en opende haar portierdeur. Hij stak zijn hand weer naar haar uit en ze nam zijn hand weer aan. Hij leidde haar naar de rand van de open vlakte. Ze hadden een prachtig uitzicht over Santepulciano en miljoenen sterren flonkerden in de warme avondlucht boven hen. Sanne was er sprakeloos van. Zo stonden ze een tijd lang, hand in hand. Na ze wist niet hoeveel minuten draaide ze zich naar hem toe en zag ze dat zijn blauwe ogen niet op de sterren of het uitzicht gericht waren, maar op haar. 

“Niccolo, dit is..” prachtig wilde ze zeggen, maar plotseling nam zijn mond bezit van de hare en werden de woorden gesmoord. Hij trok haar dicht tegen zich aan en kuste haar verrassend teder. En ze beantwoordde zijn kus met alle enthousiasme die ze in zich had. De kus voelde zo totaal anders dan de kus van Federico. Het voelde alsof hun lippen voor elkaar gemaakt waren, alsof ze precies in zijn armen paste en zijn tong deed spelletjes met de hare die ze niet kende, maar die ook weer heel vertrouwd voelden. Ze verloor alle besef van tijd en ruimte in zijn armen. 

Toen ze zijn lippen niet meer op de hare voelde, opende ze haar ogen. Hij had haar nog steeds in zijn armen en keek naar haar met een blik die ze niet van hem kende. Teder streelde hij haar blonde haar uit haar gezicht. 

“Sorry, maar je zag er zo mooi uit in het maanlicht, ik kon het niet helpen. Ik hoop dat je me kunt vergeven?”

Ze keek weer wat verward naar hem op. Ze hief haar hand en legde deze op zijn wang. Stoppeltjes van een beginnende baard kriebelden zachtjes en even had ze een visioen hoe dit zou voelen op andere delen van haar lichaam. Ze probeerde het idee en de gevoelens die dit met zich meebracht snel weer te vergeten. Zachtjes streelde ze zijn wang met haar duim. Het was het enige antwoord en de enige aansporing die hij nodig had. Hij begon haar weer te zoenen, nu hartstochtelijker dan de eerste kus en weer verloor ze alle besef, behalve dat van hun lippen en hun lichamen die langzaam in vuur en vlam begonnen te staan. En ze voelde door zijn kostuum heen dat hun kus hem zeker niet onberoerd liet. 

Na enige minuten hield hij op. Zijn haar lag verwilderd om zijn gezicht, waarschijnlijk kwam het door haar handen en zijn ogen smeulden van verlangen. Hij deed een stap naar achteren en nam haar handen in de zijne. 

“Sanne, wat doe je met me?” vroeg hij in het luchtledige. Hij haalde een paar keer diep adem en zij deed hetzelfde om enigszins te kalmeren. Ze vond het jammer om niet meer zijn nabijheid te voelen, maar ze wist ook dat dit niet de tijd of de plaats was om verder te gaan dan alleen een hartstochtelijke zoen. 

“Kom,” zei hij zacht. ”Ik breng je naar de villa.”

Sneller dan haar lief was, waren ze in Santepulciano en draaide Niccolo de oprit naar wat nu Villa Nonna Victoria heette op. Niccolo trok verbaasd een wenkbrauw op toen hij de naam zag. Hij stopte heel even aan het begin van de oprijlaan. 

“Zie ik je snel weer? Morgen en overmorgen heb ik helaas afspraken, maar de dag daarna ben ik de hele dag vrij. Zullen we dan samen eten?”

Sannes hart maakte een sprongetje. “Graag,” zei ze eenvoudig. 

“Kom je dan om 7 uur naar mijn huis? Ik wil graag voor je koken.”

“Prima!”

Hij zoende haar nog een keer grondig en reed toen naar de voordeur van het huis. 

“Tot ziens Bella Sanne.”

“Tot ziens Niccolo.”

Ze liep naar binnen en het voelde alsof ze op wolkjes liep. Die al snel veranderden in een donderwolk toen ze in het boze gezicht van Federico keek. 

“Waar kom jij in hemelsnaam vandaan?” mopperde hij. 

“Pardon? Niccolo heeft me nog meegenomen om een hapje te eten en daarna heeft hij me thuisgebracht. Maar ik zie niet hoe dat jouw zaak is. Je bent mijn vader niet of zo!” Sanne klonk geërgerd. 

“Nee, nee, het spijt me,” verontschuldigde hij zich. “Ik was gewoon bezorgd dat is alles. Toen ik je niet kon vinden en de verbinding verbroken werd, schrok ik me een ongeluk. Ik dacht dat je achter me liep. En toen Niccolo me ineens woedend belde, wist ik helemaal niet hoe ik het had. Het spijt me dat de avond zo is geëindigd.” Federico keek haar met grote puppie-ogen aan. Sanne kon daarop alleen maar lachen.

“Excuses aanvaard. En zo vervelend was de avond niet. Niccolo kan best prettig gezelschap zijn.”

“Daar geloof ik helemaal nix van,” was het botte antwoord.

“Toch wel. Ik ben bekaf, ik ga naar mijn bed. Welterusten Federico.”

“Welterusten Sanne.”

H8

Ze werd de volgende ochtend zoals altijd wakker van het getjilp van vogeltjes buiten haar raam. Meteen vloog de herinnering aan Niccolo en hun hartstochtelijke zoenen door haar hoofd. Ze glimlachte en voelde aan haar lippen. Over twee dagen zou ze hem weer zien. De vlinders in haar binnenste begonnen zich onmiddellijk weer te roeren. 

Tijdens haar gebruikelijke ochtendrituelen was Niccolo nooit ver uit haar gedachten. En ineens herinnerde ze zich dat ze haar telefoon niet aan de lader had gehangen. Ze rende naar beneden naar haar tas en plugde de telefoon in. Nog geen minuut later begon het apparaat te brommen dat het een lieve lust was. Tientallen gemiste oproepen en een paar tekstberichten van haar huisbaas. Ze besloot meteen te bellen. 

Antonia zat al in de keuken en was naar de gang gelopen toen ze Sanne wel hoorde, maar niet verder de keuken in zag komen. Ze schrok van Sannes lijkbleke gezicht en kort antwoorden terwijl ze aan het bellen was. Toen Sanne had opgehangen keek ze Antonia aan en zakte op de dichtstbijzijnde stoel.

“Ik moet meteen terug naar Nederland,” zei ze verslagen.

Haar huisbaas had haar de vorige avond geprobeerd te bellen omdat er in het appartement boven het hare brand was uitgebroken. En niemand wist zeker of Sanne in huis was of niet. Uiteindelijk had de brandweer besloten de deur te forceren en bleek ze er niet te zijn. Haar appartement was gespaard gebleven, maar had wel veel rook-, roet- en waterschade. Maar haar huis was het enige dat geen structurele schade had. De rest van de appartementen waren dusdanig beschadigd dat het complex afgebroken zou worden. 

“Ik heb dus geen dak meer boven mijn hoofd,” zei ze somber terwijl ze samen met Antonia haar koffer stond in te pakken. Antonia hield op, sloeg haar armen om Sanne heen en zei simpel: “Hier in Villa Nonna Victoria heb je altijd een dak boven je hoofd. Ons huis is jouw huis.” Sanne voelde zich overspoeld door warme gevoelens en begon hard te huilen. De oudere vrouw maakte sussende geluiden en streelde Sannes blonde haar. 

“Sssht, alles komt goed meisje, alles komt goed.”

De eerstvolgende beschikbare vlucht was de volgende ochtend om 5 uur. Federico bood aan om haar te brengen en haar huurauto in te leveren en Sanne nam het aanbod graag aan. En Antonia zou geen echte Italiaanse moeder zijn, als ze niet  midden in de nacht een fantastisch lunchpakket voor Sanne zou bereiden. Sanne glimlachte toen ze de tas met etenswaren aannam en sloeg haar armen om de vrouw. 

“Tot snel!”

Federico gooide haar koffer achterin de auto en Sanne controleerde nog even snel of ze haar paspoort en geprinte ticket bij zich had. Toen zette de auto zich in beweging. Ze zwaaide als een bezetene naar Antonia en zag met tranen in haar ogen hoe het huis kleiner en kleiner werd. Bruno rende blaffend nog een stukje met hen mee en stopte braaf bij het hek. 

Sanne was stil tijdens de rit naar het vliegveld. Vlak voor de terminal schrok ze op. Niccolo! Ze had helemaal geen nummer van hem en ze moest nu wel rennen om haar vlucht te halen. Time management was niet helemaal Federico’s ding, dacht ze enigszins geïrriteerd,

“Federico, ik wil je een gunst vragen. Ik zou morgenavond met Niccolo gaan eten, maar dat kan nu uiteraard niet doorgaan. Zou je hem de situatie willen uitleggen en hem mijn telefoonnummer geven? Alsjeblieft?” Ze keek hem smekend aan.

Federico tilde haar koffer uit de auto en bromde dat hij dat zou doen. Ze nam snel afscheid van hem en rende naar haar vliegtuig. En net als op de heenweg plofte ze nog nahijgend in haar stoel. Maar dit keer had ze geen buurman die boos opkeek.

In Amsterdam aangekomen nam ze de trein naar huis. Gelukkig kon ze bij een vriendin overnachten, dus dat was de eerste stop. Daarna belde ze haar huisbaas om naar haar gehavende appartement te kunnen kijken. 

Ze mocht het pand niet in en haar huisbaas wist haar te vertellen dat een schadebedrijf samen met Stichting Salvage had geregeld dat haar spullen opgeslagen waren. Hij gaf haar een telefoonnummer. Een sloopbedrijf was al begonnen om het pand af te breken. 

“Wat gaat er met het complex gebeuren?”

“Geen idee. Ik heb de grond verkocht aan een projectontwikkelaar. Ik word te oud voor dit soort toestanden,” was het antwoord. 

“Maar mijn huur dan?”

“Dat moet je met hun opnemen.” en hij gaf haar een tweede telefoonnummer. 

Verslagen ging Sanne weer naar het huis van haar vriendin Tineke. Ze plofte op de bank neer en kon alleen nog maar voor zich uitstaren. Tineke duwde een kop thee in haar handen en ging naast haar zitten. Ze kende haar vriendin goed en wachtte tot Sanne zelf begon te praten. Dat duurde niet heel lang. 

“Ik heb geloof ik geen huis meer. Bartels heeft de grond verkocht aan een projectontwikkelaar.”

“Wat?”

“Ja, ik moet contact met hen opnemen hoe het zit met mijn huur enzo. En mijn spullen zijn allemaal opgeslagen ergens.”

De volgende dagen gingen voorbij als in een slechte droom. Ze zocht contact met de projectontwikkelaar die haar wist te vertellen dat er niet eerder dan ergens volgend jaar weer gebouwd zou worden, omdat ze nieuwe plannen moesten voorleggen aan de gemeente en de grond moesten saneren. Ze wilden dus Sannes contract graag ontbinden. 

Samen met het schoonmaakbedrijf zocht ze al haar spullen uit. Sommige dingen, zoals kussens en dekens waren niet meer te redden. Uiteindelijk hield ze een kleine aanhanger over aan persoonlijke spullen die ze niet kwijt wilde en die sloeg ze op in een kleine opslagunit. Gelukkig was de verzekering heel coulant en zou ze ruimschoots gecompenseerd worden voor de verloren gegane spullen. 

Ondertussen nam ze ook contact op met haar werk. Ze had onbetaald verlof op kunnen nemen, maar nu ze eerder terug was, kon ze wel weer aan het werk, dacht ze. Ze werd vriendelijk verzocht om de volgende dag langs te komen bij personeelszaken. Formaliteitje, dacht ze nog, waarschijnlijk omdat onbetaald verlof wat moeilijker terug te draaien was. 

Maar de volgende ochtend kreeg ze een nieuwe stomp in haar maag. Annette van personeelszaken informeerde haar dat er een reorganisatie zou worden opgestart waarbij haar baan zou komen te vervallen. “Dat kan er ook nog wel bij,” liet Sanne zich ontvallen. Ze hadden de brief met deze mededeling naar haar huis gestuurd, maar waarschijnlijk had die brief de brand niet overleefd. 

Volkomen lamgeslagen stond Sanne een half uur later op de stoep voor het kantoorgebouw waar ze met zoveel plezier had gewerkt. Langzaam liep ze terug naar Tinekes huis. Onderweg nam ze een fles champagne en wat lekkere hapjes mee, juist omdat ze niets te vieren had. 

Terwijl ze proostten met limonadeglazen vol champagne, vroeg Tineke wat ze nu van plan was. 

“Geen idee.” was het eerlijke antwoord. En ineens schoot Niccolo door haar hoofd. Ze zou eergisteren met hem eten en ze had helemaal niets meer van hem gehoord. Ze besloot Antonia te bellen, maar die nam niet op. Ook Federico’s telefoon werd niet beantwoord. “Vreemd,” dacht ze nog. “Ik bel morgenochtend wel.”  Ze nam nog een toastje met brie en een grote slok champagne.

“Ik denk dat ik maar terug ga naar Italië,” zei ze tegen Tineke. “Ik heb hier helemaal niets meer.”

Haar vriendin zei wijselijk niets, maar sloeg een arm om haar heen als troost en om haar te laten voelen dat ze in ieder geval niet alleen was.

H9

De volgende ochtend probeerde ze weer tevergeefs te bellen met Antonia en Federico. Nu begon ze zich toch wel wat zorgen te maken. Desondanks zocht ze uit wat de eerstvolgende vlucht naar Napels was. Ze kon diezelfde avond nog mee, maar wel met een lange overstap in Milaan. Omdat de vlucht spotgoedkoop was, besloot ze te boeken. 

Weer moest ze halsoverkop haar koffer pakken en nam ze met een dikke knuffel afscheid van haar vriendin.

“Als de verbouwingen klaar zijn, moet je komen, hoor!” Tineke antwoordde dat ze meteen zou komen als de mogelijkheid er was. Sanne rende (alweer) naar het station om op tijd op Schiphol te komen. Ze moest misschien toch eens beter plannen.

In de trein besloot ze te kijken of ze het telefoonnummer van Niccolo op internet kon vinden, maar ze vond alleen wat italiaanse krantenberichten over hem. Hij was een behoorlijk succesvol zakenman geweest voor hij de wijngaard van zijn familie had overgenomen, nadat zijn vader een auto ongeluk had gekregen en het niet meer alleen aankon. En het familiebedrijf had hij zeer succesvol weten uit te breiden. Samen met andere wijnboeren uit de omgeving van Santepulciano hadden ze een aantal kwaliteitswijnen weten te produceren die goed verkocht werden door lokale, maar ook internationaal bekende restaurants. Daarnaast had hij de lokale boeren geholpen door deals te sluiten met de plaatselijke horeca en supermarkten dat zij grotendeels de door hen geteelde producten gebruikten, waarmee de boeren hun bestaansrecht terug hadden, de transportkosten voor de lokale horeca verminderden en dus de kosten lager waren, terwijl de kwaliteit beter was. Sanne bedacht dat ze dat allemaal niet wist, ze kende eigenlijk alleen de nare familievete tussen de Dimiceli’s en de Paleari’s. En dan ook alleen nog maar de versie van Antonia en vooral die van Federico. 

Tijdens haar stopover in Milaan probeerde ze nog een keer om Federico te bellen. Na een aantal keer proberen werd er eindelijk met een vermoeide stem opgenomen. 

“Si?”

“Federico? Sanne hier. Mijn batterij is weer eens bijna leeg, maar ik ben over vijf uur in Napels. Zou je me kunnen ophalen?”

“Geen probleem. Ik zal er zijn.”

Kort maar krachtig, dacht ze. 

Nu hoefde ze een keer niet te rennen naar haar vliegtuig. Onderweg naar haar gate kocht ze wat tijdschriften en de lokale krant en ging bij de deur op een bankje wachten tot ze aan boord kon. 

Op de voorpagina van de lokale krant stond een grote foto van Niccolo. Ze kon niet alles ontcijferen, omdat na een woord of vijf haar telefoon er de brui aan gaf en ze dus niet meer bij google translate kon komen. Maar de woorden burgemeester, Santepulciano en grootgrondbezitter had ze nog kunnen ontcijferen. Ze vouwde de krant op. Ze zou het over een uurtje wel horen van Federico, dacht ze. 

De vlucht naar Napels was voorbij voor ze het wist. Terwijl ze haar koffer naar de uitgang sleepte, zag ze hoe Federico met een vermoeid gezicht naar haar toeliep. Ze begroette hem desondanks enthousiast. 

Hij mompelde een welkomstgroet en sleepte haar koffer naar zijn auto. De eerste kilometers verliepen in stilte, op een regelmatige vloek van Federico na als een medeweggebruiker zich weer eens voor zijn auto wierp en hij hard moest remmen. Eenmaal buiten Napels durfde Sanne hem eindelijk aan te spreken.

“Is er iets? Is er iets met Antonia? Is ze ziek?”

Hij haalde vermoeid zijn had door zijn rossige haar en zuchtte.

“Nee, met Antonia is alles okee.”

“Ik zag in de krant op het vliegveld iets over Niccolo. Is hij burgemeester geworden of zo?”

Weer zuchtte hij diep.

“Ja. Hij is een paar dagen geleden benoemd. En dat is dan ook meteen wat er mis is.”


Federico vertelde dat Niccolo twee dagen nadat Sanne halsoverkop was vertrokken met gierende banden naar de villa was gereden. Toen was zijn benoeming al bekend geworden. Hij was woest geweest en nog voor Antonia hem had kunnen kalmeren of feliciteren, had hij gebriest dat hij eiste dat de verbouwingen onmiddellijk zouden worden stopgezet. Toen Federico de woedende man had gezien, herinnerde hij zich ineens dat hij Sannes boodschap nooit had doorgegeven. Hij kon zich wel voor zijn kop slaan, maar bij het horen van Sannes naam, ging Niccolo helemaal door het lint. Hij sommeerde de bouwvakkers meteen te vertrekken, stapte weer in zijn auto en scheurde de oprit af.

De dagen erna hadden Antonia en hij wanhopig geprobeerd om Niccolo te spreken te krijgen zodat de werkzaamheden weer opgepakt konden worden. De bouwvakkers durfden het niet aan om zonder officiële toestemming van de nieuwe burgemeester te starten en deden dus helemaal niets meer.

“Je hebt hem niet verteld waarom ik ben weggegaan?” vroeg Sanne zacht.

“Nee, en het spijt me verschrikkelijk. Ik deed het echt niet expres, ik kreeg onderweg naar huis bijna een botsing met een tractor omdat ik niet zat op te letten en ben het echt strak vergeten.”

Ze kon het hem wel kwalijk nemen, maar het was al gebeurd. Als ze terug was in Santepulciano zou ze wel kijken hoe ze dit recht kon breien. 

Antonia begroette haar hartelijk en zei dat ze blij was dat Sanne weer thuis was. Ze had een verse berg koekjes gebakken en zette een groot glas thee voor Sanne neer op de keukentafel. Daar vertelde Sanne over hoe het haar was vergaan in Nederland en dat ze daar niets meer had dat haar bond. 

“Ik zei het al toen je wegging, maar je hebt hier altijd een huis om naar terug te keren,” zei Antonia warm. Federico kon niet praten met zijn mond vol koekjes, maar knikte bevestigend. Sanne voelde zich warm en veilig en merkte dat ze erg moe was geworden door de reis en waarschijnlijk ook door wat er de afgelopen tijd allemaal gebeurd was. Antonia las de vermoeidheid van haar gezicht en zei zachtjes tegen haar kleinzoon dat hij de koffer naar Sannes kamer moest brengen. 

“Kom, mijn kind,” zei ze zachtjes tegen Sanne. “Volgens mij ben jij enorm toe aan een warm bad en een bed. Ik loop wel even mee naar je kamer.”  En terwijl Sanne ontspande in een heerlijk warm bad met lavendelolie, pakte Antonia haar koffer uit. Toen ze uit bad kwam, voelde ze zich rozig en vooral heel erg geliefd. Antonia gaf haar nog een dikke knuffel en Sanne kroop in haar bed en viel vrijwel meteen in slaap. 

H10

Toen ze de volgende ochtend wakker werd, voelde ze zich weer wat meer mens en een heel stuk strijdbaarder dan de vorige dag. Ze rook de geur van verse koffie en croissantjes uit de keuken komen en sprong uit bed. Het was tijd voor actie. 

Federico en Antonia zaten al aan de keukentafel toen ze beneden kwam. Antonia wilde opstaan, maar Sanne hield haar tegen.

“Ik weet hoe de percolator werkt, inmiddels,” gniffelde ze. “Willen jullie ook nog koffie?”

Met een verse espresso en een warme croissant voor haar neus keek ze hen aan met een blik die geen tegenspraak duldde.

“We gaan vechten. Volgens mij staan we volkomen in ons recht om ons huis te verbouwen een heeft Niccolo daar helemaal niets over te zeggen.” Antonia en Federico konden niets anders doen dan instemmend knikken.

Die ochtend belden ze diverse advocaten die bevestigden wat Sanne al vermoedde. Een van hen was ook bereid, tegen betaling natuurlijk, om een document op te stellen waarmee ze de bouwvakkers weer konden overtuigen aan het werk te gaan. Hij zou het document diezelfde ochtend nog langsbrengen. 

Gewapend met het document ging Federico naar de aannemer en na heel lang praten en wapperen met papier en helaas ook extra cash, wist hij hem zo ver te krijgen dat ze na de lunch, uiteraard verzorgd door Antonia, weer aan de slag zouden gaan. Sanne hielp haar zo goed en zo kwaad als ze kon met het bereiden van de heerlijkheden. Je moest er toch wat voor over hebben om je zin te krijgen in dit land, mopperde ze af en toe tijdens het kneden van deeg of het hakken van vijgen en citroenen. Antonia begon te lachen. “Welkom in Italië,” zei ze met een brede grijns. 

Na de lunch verzekerde Sanne zich ervan dat de bouwvakkers weer aan de slag waren en vroeg ze of ze Antonia’s auto mocht lenen. Uiteraard was dat geen probleem en Sanne reed vlug naar het gemeentehuis. Beleefd vroeg ze bij de receptie of de nieuwe burgemeester ook op zijn kantoor was en na het bevestigende antwoord wandelde ze in de richting waar hij zou moeten zitten. Daar trof ze een secretaresse die bevestigde dat de burgemeester en was, maar dat ze haar zonder afspraak niet zou kunnen doorlaten.

“Dat zullen we nog wel eens zien,” gromde Sanne dreigend en ze liep snel naar de deur van wat Niccolo’s kantoor zou moeten zijn. Toen ze deze open gooide, keek hij eerst verbaasd op en daarna nam woede bezit van hem. Achter haar hoorde ze de secretaresse nog verontschuldigingen roepen die bot door hem werden weggewuifd. Sanne sloeg de deur achter zich dicht, waarbij ze op het nippertje de goed gemanicuurde nagels van Niccolo’s secretaresse miste. 

“Wat doe jij hier?” brieste hij.

“Ik kom je vragen waar je in hemelsnaam mee bezig denkt te zijn? De verbouwing in de villa stoppen? Je had geen enkel recht!”

“Recht is een vloeibaar begrip in dit land,” zei hij cynisch. En de gemeente had je geen toestemming gegeven, weet je nog?”

“We hadden NOG geen toestemming voor de uitbreidingen. Maar voor deze verbouwing was geen enkele vergunning nodig. En daarmee had jij ook geen enkel recht om de werkzaamheden te stoppen.” Ze legde het papier van de notaris met een klap op zijn bureau. 

“Wees blij dat we hier geen rechtszaak van maken!” Ze zuchtte even diep. 

“Ik dacht dat je anders was. Maar blijkbaar zie ik hier toch de echte Niccolo,” zei ze zacht.

“Right back at ya.” was zijn cynische antwoord. “Maar ik ben blij dat ik er op tijd achter ben dat ik je in het begin toch goed had ingeschat.” Zijn blik was kil. 

“Als je me nu wilt verexcuseren? Ik heb nog werk te doen.”

Zonder iets te zeggen draaide Sanne zich om en liep de deur uit. Tranen prikten in haar ogen, dus ze liep snel naar Antonia’s auto. Ze kon het zich niet veroorloven dat iemand in het gemeentehuis haar zag huilen. Ze had al haar kracht nodig om de plannen voor Villa Nonna Victoria door te laten gaan, wist ze nu. En al haar kracht om Niccolo te vergeten. 

Ze zag niet meer dat ook Niccolo hevig geraakt was door haar komst. Zijn hart was wild gaan kloppen toen ze zijn kantoor was binnengestormd met wapperende blonde manen en een woeste blik. Het liefst had hij haar in zijn armen genomen en gekust tot ze niets meer kon en wilde zeggen. Maar toen herinnerde hij zich alles weer en borrelde de woede in hem op. Maar nu ze de deur uit was gebeend, voelde hij zich vermoeid en verslagen. Hij legde zijn hoofd in zijn handen en zuchtte een paar keer diep. Hij schrok op toen zijn secretaresse hem vroeg of hij koffie wilde. Hij knikte bevestigend en ging maar weer aan het werk. Hoe eerder hij haar uit zijn hoofd kon zetten, hoe beter. 

H11

Behalve dat ze nog altijd geen toestemming kregen voor de uitbreiding, konden ze de aanpassingen aan de villa gewoon laten uitvoeren. Sanne werkte aan een nieuwe website en zorgde voor exposure op social media-kanalen, een manier van reclame maken waar Antonia en Federico nooit aan hadden gedacht. En het wierp zijn vruchten af. Met mooie foto’s en lovende commentaren van de influencers die ze hadden uitgenodigd voor een testrit van de nieuwe B&B, waren ze tot aan kerst volgeboekt. In de kerstperiode namen ze geen reserveringen aan. Kerst was voor familie en die dagen zou het huis weer overstromen met familieleden en vooral heel veel lekker eten en drinken. Sanne verheugde zich er al helemaal op. 

Ze had zich ingeschreven voor een cursus Italiaans en ze kreeg de taal sneller onder de knie dan ze verwacht had. Alleen het koken liet ze maar aan Antonia over, die talenten had ze duidelijk niet van haar oma geërfd. 

Langzaam maar zeker zakte de herinnering aan Niccolo steeds meer naar de achtergrond. Ze zag hem af en toe bij officiële gelegenheden, maar ze gingen elkaar succesvol uit de weg. Af en toe reed hij langs en vaak zat er weer een nieuwe dame in de passagiersstoel van zijn cabrio die met adorerende blik naar hem opkeek. Vandaag was het een roodharige schone en Sanne snoof even afkeurend. Federico keek op en zag nog net een gele flits langskomen. Hij lachte even. 

“Weer een nieuwe aanwinst?” 

“Yup.”

Ze zaten in de tuin met een groot glas limonata nadat ze twee kamers hadden schoongemaakt en de bedden opnieuw hadden opgemaakt. Federico zat aan zijn telefoon geplakt. Een van de influencers die ze hadden uitgenodigd had zijn hart gestolen en elke vrije minuut werd er geappt, gebeld en werden selfies over en weer gestuurd. Bree was een Amerikaanse met Italiaanse roots en ze was zelfs een week langer gebleven. Deels voor Federico, maar ook omdat ze enorm van koken hield. Ze hielp Antonia waar ze maar kon en ze leerden elkaar nieuwe recepten. Bree had toegezegd om de volgende zomer het hele seizoen te komen helpen en daar waren ze heel blij mee. Antonia werd ook een dagje ouder en aan Sannes hulp in de keuken had ze niet heel veel. 

Sanne rekte zich uit. “Ik zou wel een middagdutje kunnen gebruiken, geloof ik,” zei ze tegen niemand in het bijzonder. 

“Huh? Zei je iets,” Federico keek even op van zijn telefoon, maar een zachte ping leidde hem meteen weer af. Sanne glimlachte en bracht hun lege glazen naar de keuken. Daar zag ze dat Antonia met een serieus gezicht aan het telefoneren was. Ze bleef even wachten tot de verbinding werd verbroken en keek de oudere vrouw vragend aan. 

“Lucia Paleari is gisteren overleden. Niccolo’s moeder,” voegde ze snel toe toen ze Sannes verwarde blik opving. “Morgen is de begrafenis. Ik ga er nu al heen om te helpen de familie te ontvangen. Dat kunnen die mannen natuurlijk niet.” Sanne herinnerde zich weer dat Niccolo geen broers en zussen meer had. Zijn oudere zus was overleden in het kraambed en na hem waren er geen kinderen meer geboren. Maar zijn ouders kwamen allebei uit een groot gezin, dus er zou behoorlijk wat familie komen, die natuurlijk allemaal moesten slapen en eten. Een aantal dames uit het dorp zouden zich vrijwillig aan die taak kwijten. 

“Is er ook iets dat ik kan doen?” vroeg Sanne bezorgd, terwijl ze Antonia in haar jas hielp. 

“Nee, kindje, wij oudjes redden ons wel. Gelukkig hebben we vanaf zaterdag pas weer gasten. Ik zie je morgen in de kerk.”

Buiten legde Antonia nog even aan haar kleinzoon uit wat er was gebeurd en wat ze ging doen. Haar kleinzoon kuste haar gedacht en hielp haar in de auto. Toen ze wegreed, kwam hij het huis inlopen.

“Hoewel ik de man niet mag, is dit natuurlijk verschrikkelijk nieuws.”

“Ja.” was het enige dat ze kon zeggen. Ze voelde de neiging om naar Niccolo toe te gaan, misschien kon ze hem helpen, ze wist immers hoe eenzaam je je kon voelen na een dergelijk verlies. Maar toen herinnerde ze zich zijn kille blik van hun laatste ontmoeting en zette dat idee snel van zich af. 

“Kun je me misschien uitleggen hoe een Italiaanse begrafenis in zijn werk gaan?” vroeg ze aan Federico, die meteen zijn telefoon neerlegde en haar vertelde wat ze allemaal kon verwachten.

De volgende ochtend realiseerde ze zich dat ze alleen een mouwloos zwart jurkje had om aan te trekken. Dat leek haar niet heel erg gepast. Ze snuffelde tussen haar oma’s spullen die ze in een doos in de kast had bewaard en vond een elegant geborduurde omslagdoek. Als ze die omsloeg, kon het wel, concludeerde ze. Ze bond haar staart met een zwart lint in een lage staart en stopte voor de zekerheid een extra zakdoek in haar handtasje. 

Samen met Federico liep ze naar de kerk. Daar troffen ze Antonia, die al eerder via het huis van de Paleari’s was gegaan om de lunch vast klaar te zetten. Gedrieën liepen ze de kerk binnen om een plekje te zoeken. Sanne zag Niccolo en zijn vader voorin de kerk, bij de kist. Sanne had de vorige dag niet naar de condoleance durven gaan, maar haar hart brak toen ze Niccolo verslagen en verdrietig bij zijn overleden moeder zag zitten. Hij had zijn hand op zijn vaders schouder gelegd. 

Ondanks haar cursus Italiaans vond ze het moeilijk om de dienst te volgen. Ze was zelf niet opgevoed met kerkelijke tradities en deed maar na wat Antonia en Federico deden. Na de dienst was er nog een moment om te condoleren. Sanne schuifelde achter de anderen aan, schudde handen van familieleden en mompelde haar condoleances. Toen ze bij Niccolo was aangekomen, stak ze haar hand uit. Hij keek verrast en hield haar hand iets langer vast dan nodig. Alsof hij haar niet wilde loslaten. Maar achter haar stond een dorpsgenote ongedurig te drukken, dus ze wrikte zachtjes haar hand los en legde hem  nog heel even op zijn arm. Toen liep ze verder. 

Antonia moest later die middag nog even naar het huis van de Paleari’s en vroeg Sanne om haar te rijden. Ze was moe en had iemand nodig om haar te helpen. Uiteraard ging ze met Antonia mee. Deels ook omdat ze wel nieuwsgierig was hoe het ouderlijk huis van Niccolo er uit zou zien, maar vooral ook omdat de vermoeidheid en het verdriet duidelijk te zien waren op het gezicht van de oudere vrouw. Ondanks de familievete, was er regelmatig contact geweest tussen de beide matriarchen. Ze konden het goed met elkaar vinden, dus het verlies was groot. Bovendien confronteerde het Antonia met haar eigen sterfelijkheid en daar wilde mensen sowieso niet graag over nadenken. 

Niccolo’s ouders hadden in een groot huis bovenaan een heuvel gewoond, met uitzicht over hun wijngaarden. Het klassieke plaatje van de woning van de wijnboer, gniffelde Sanne toen ze de auto parkeerde naast de oprit. Er waren nog veel familieleden aanwezig en Antonia bleef vaak staan voor een knuffel of bemoedigende woorden. Emoties lagen nooit diep verstopt bij Italianen, wist Sanne en ook hier was het verdriet duidelijk aanwezig. Maar de kinderen renden vrolijk rond alsof er niets aan de hand was en speelden in de wijngaard. Terwijl ze Antonia hielp met het inladen van de laatste spullen en het serveren van het laatste eten, keek ze rond of ze Niccolo ergens zag. Zijn vader zat op een stoel in de kamer en was omringd door zorgzame tantes en nichten. Maar Niccolo was in geen velden of wegen te bekennen. Dat was ook andere familie opgevallen en ze ving op dat een van de neven wist te melden dat hij Niccolo in de richting van het opzichtershuisje had zien lopen. Uit de rest van het gesprek kon ze opmaken dat Niccolo een flat had in de stad, maar als hij thuis was in het huisje van de opzichter woonde dat een paar honderd meter naast het grote huis stond. Voor ze het zelf helemaal door had, pakte ze een fles wijn en wat hapjes van de tafel en liep ze in de richting waar het huisje zou moeten zijn. 

Niccolo zat op een bankje voor het huis, voorovergebogen met zijn hoofd in zijn handen. Zijn schouders schokten en tussen zijn voeten waren kleine vlekjes van zijn tranen te zien. Voorzichtig zette Sanne haar spullen neer en liep naar hem toe. Hij merkte pas dat ze er was toen ze een hand op zijn schouders legde. Met een ruk keek hij op en ze voelde een diep medelijden toen ze het intense verdriet van zijn gezicht lag.

“Sanne,” zei hij schor, terwijl hij haar aankeek met betraande ogen. 

“Niccolo,” zei ze simpel en ze kneep even zachtjes in zijn schouder. 

Plotseling greep hij haar om haar middel en trok haar naar zich toe. Hij legde zijn hoofd tegen haar buik en begon onbedaarlijk te huilen. Sanne schrok even maar streelde zijn haar en maakte sussende geluidjes. Steeds steviger trok hij haar tegen zich aan, tot ze bijna haar evenwicht verloor en op zijn schoot belandde. Hij verlegde zijn hoofd van haar buik naar haar borst en kwam langzaam een beetje tot rust. Ze kuste zijn kruin en legde haar hoofd op de zijne. 

Ze had geen idee hoe lang ze zo bleven zitten, maar het voelde warm en vertrouwd. Niccolo tilde zijn hoofd op en keek haar aan. 

“Ik ben blij dat je er bent,” zei hij zacht. 

“Het spijt me zo van je moeder,” kon ze nog net zeggen, want plotseling voelde ze zijn lippen op de hare en begon Niccolo haar wild te kussen. Zijn mond was overal, net als zijn handen. Hij wilde haar overal aanraken, proeven, voelen. Zijn aanrakingen zetten haar meteen in vuur en vlam en met evenzoveel passie beantwoordde ze zijn liefkozingen. Hij rukte de omslagdoek van haar schouders en beet haar zachtjes. Ze kon een kreun niet onderdrukken en dat leek hem nog meer aan te sporen. Zijn handen waren op haar benen, buik, rug, billen, zijn mond nam weer bezit van de hare en zijn tong speelde vertrouwde spannende spelletjes met de hare. Toen tilde hij haar op en droeg haar het kleine huisje in. In de slaapkamer legde hij haar op het bed en trok snel zijn overhemd uit. Ze keek naar zijn gespierde torso en de kleine haartjes op zijn borst en stak haar hand uit om ze aan te raken. Niccolo kwam weer naast haar liggen en begon haar opnieuw overal te kussen. Hij trok de rits van haar jurk open en kussend en strelend trok hij het kledingstuk uit. 

“Wat ben je mooi,” zei hij hees toen ze in haar delicate zwarte ondergoed voor hem lag. Zijn handen kneedden zachtjes haar borsten en ze voelde hoe haar tepels onmiddellijk tegen het kant van haar beha drukten. Niccolo voelde dat uiteraard ook en bevrijdde uit hun stoffen gevangenis om meteen een van haar tepels in zijn mond te nemen. Met zijn duim streelde hij de andere. Sanne kromde haar rug van genot en was zich alleen nog maar bewust van zijn aanrakingen, de warmte van zijn lichaam en het feit dat ze meer wilde, veel meer. Ze wilde hem helemaal. 

De rest van hun kleding volgde snel. Naakt en gewillig lag Sanne voor hem. Hij nam even de tijd om naar haar te kijken en haar zachtjes over haar hele lichaam te strelen. Toen spreidde hij voorzichtig haar benen. 

“Ti amo,” zei hij zachtjes, terwijl hij tussen haar benen en naar binnen gleed.

“Ti amo anch’io,” antwoordde Sanne en daarna werden woorden overbodig. Ze vonden elkaar in een opzwepend ritme dat hen beiden opstuwde naar ongekende hoogten. Tijd en ruimte bestonden niet meer, alleen nog hun lichamen die samensmolten.

Urenlang bedreven ze de liefde, hun honger naar elkaar was bijna niet te stillen. Maar uiteindelijk nam fysieke honger toch de overhand. 

“Je had toch eten meegenomen?” vroeg Niccolo terwijl ze dicht tegen elkaar aan waren gekropen. De gordijnen waren open en Sanne zag de sterren en realiseerde zich ineens dat het al laat moest zijn. Ze sprong meteen uit bed en begon haar kleren te zoeken. 

“Ja, maar hebben we buiten laten staan, dus dat is niet echt heel lekker meer,” antwoordde ze gehaast. Niccolo trok haar weer in bed en gooide haar kleren naar het voeteneind.

“Ik ga wel even kijken wat ik nog in huis heb. Blijf jij maar hier.”

Even later kwam hij terug met de mand met eten die ze had meegenomen, de fles wijn en haar handtas. Ze kon zich niet herinneren dat ze die had meegenomen. Haar telefoon piepte even om aan te geven dat er ongelezen berichten waren. Niccolo grijnsde breed toen hij de fles wijn omhoog hield, waar de condens vanaf droop wat aangaf dat de fles nog maar kort geleden uit de koeling kwam.

“En ik had ook een bericht van Federico. Hij zei dat hij erop vertrouwde dat ik je weer netjes thuis zou afleveren. En als hij zou merken dat ik je hart weer had gebroken, zou hij me weten te vinden.” Sanne begon hartelijk te lachen, vooral ook omdat de zachtaardige Federico geen partij zou zijn voor Niccolo.

“Iemand heeft de spullen dus in de koelkast gezet,” concludeerde ze. Terwijl ze een hap brood nam, voelde ze hoe hongerig ze eigenlijk was. In een mum van tijd hadden ze de inhoud van de mand verorberd. Ze proosten kort met hun glazen wijn en zaten een tijd in stilte op het bed. De roze olifant van de afgelopen maanden had zijn intrede gedaan in de kamer en ze realiseerden zich allebei dat ze veel uit te leggen hadden. De rest van de nacht praatten ze over wat er de afgelopen weken was gebeurd. Sanne legde uit dat Federico hem had moeten vertellen over haar gehaaste vertrek en Niccolo legde haar uit dat hij via het roddelcircuit van zijn huishoudster had gehoord dat Sanne door haar man gebeld was dat ze direct naar huis moest komen. Hij kon zich niet voorstellen dat hij zich zo in iemand kon vergissen, maar alle tekenen waren daar. Toen hij aangekomen was bij de villa en zag dat er bouwvakkers bezig waren, was dat de druppel in de bewijsvoering geweest. Daarom had hij onmiddellijk alle werkzaamheden stilgelegd, hoewel hij ook wel wist dat hij daarmee niet alleen over de grenzen van zijn macht, maar eigenlijk ook over de grenzen van het fatsoen heenging. In de afgelopen dagen had hij dan ook herhaaldelijk Antonia om vergiffenis gevraagd voor zijn horkerige gedrag. 

En hij had Sanne niet uit zijn hoofd kunnen zetten. Iedere keer als hij haar zag in het dorp, voelde hij een knagend gevoel in zijn  hart. Maar dan nam de woede over de vermeende leugens weer de overhand. Maar toen ze voor hem stond en haar hand op zijn schouder legde, verdwenen alle twijfels als sneeuw voor de zon. Hij kon zich nooit zo vergist hebben, zijn hart kon zich toch niet zo vergist hebben?

Sanne had tranen in haar ogen toen ze zijn liefdesverklaring hoorde. Ze kroop dicht tegen hem aan en legde haar hoofd op zijn borst, waar ze zijn hart kon horen kloppen. Hij sloot haar in zijn armen en zo vielen ze in slaap. 

De volgende dagen brachten ze door in Niccolo’s kleine huisje. De huishoudster van zijn vaders huis had er stilletjes voor gezorgd dat er voldoende te eten en drinken lag in zijn voorraadkast en koelkast, dus ze hadden ook geen enkele reden om het huis te verlaten. 

Op zaterdagochtend lagen ze nog nahijgend van hun liefdesspel in Niccolo’s bed. Sanne bewoog zich om toch op te staan, maar  zijn sterke armen hielden haar tegen. Ze klom bovenop hem en duwde zijn armen boven zijn hoofd.

“Je bent nog best wel sterk voor een meisje,” lachte hij.

“Ha! Maar ik moet weg, zo dadelijk komen er nieuwe gasten en ik heb Antonia al verschrikkelijk in de steek gelaten.” Niccolo wist zijn armen los te wurmen en gleed met zijn handen over Sannes blote rug. Ze richtte zich op en gunde hem zo een geweldig uitzicht op haar ronde borsten. Onmiddellijk voelde ze onder zich dat dit uitzicht hem niet onberoerd liet. 

“Okee, nog een keer dan,” zei ze zacht en ze bewoog haar heupen en voelde hoe hij met al zijn mannelijkheid weer bij haar naar binnen gleed. Zachtjes begon ze op en neer te bewegen. Niccolo hielp van harte mee en greep de gelegenheid meteen aan om zacht haar borsten te masseren. Van weggaan was ineens even geen sprake meer.

Maar een korte tijd later glipte Sanne toch onder zijn armen door en sprintte naar de douche.

Hij stapte iets na haar onder de warme straal en trok haar weer tegen zich aan. “Zal ik met je meegaan?” vroeg hij. 

“Als je wilt.” 

“Dan neem ik je daarna mee uit eten. Okee?”

“Uit eten is altijd goed. Zeker als jij trakteert,” grijnsde Sanne brutaal. Ze slaakte even een klein gilletje toen hij een zacht tikje op haar billen gaf. 

“Brutaal monster,” zei hij, voordat zijn mond weer bezit nam van de hare. 

H12

Antonia omhelsde de twee hartelijk toen ze bij de villa aankwamen. En Niccolo kreeg een stevige klap op zijn schouder van Federico. In een serie berichtjes had Sanne hen beiden uit de doeken gedaan waar de misverstanden hadden gelegen. Federico had maar een vraag voor haar gehad. 

“Hou je van hem?”

“Met heel mijn hart,” was haar antwoord geweest. 

Met zijn vieren zorgden ze dat ze de nieuwe gasten konden ontvangen. In tegenstelling tot Sanne, bleek Niccolo wel degelijk over goede kookkunsten te beschikken. Antonia was zeer onder de indruk. 

“Het zou me niet moeten verbazen,” zei ze. “Lucia was een fantastische kokkin en ik herinner me nog dat jij als kleine jongen niet uit de keuken weg te slaan was.” Niccolo grijnsde breed bij deze herinnering. 

“Ze vertelde me ook dat de liefde van een vrouw tegenwoordig ook door haar maag gaat en als ik ooit een vrouw voor me wilde winnen, ik zou moeten leren koken. Ik heb lang getwijfeld aan haar woorden, omdat de vrouwen die ik tegenkwam altijd met lange tanden welgeteld een blaadje sla opaten, maar toen ik Sanne zag eten in Napels, wist ik dat mama waarschijnlijk toch gelijk had. Wat kan zij bunkeren!”

Deze opmerking leverde hem een harde stomp op zijn arm op. Onmiddellijk nam haar haar in zijn armen om haar weer grondig te kussen. Antonia keek vertederd naar het verliefde stel en zelfs Federico kon een glimlach niet onderdrukken. 

Zo met zijn vieren waren ze snel klaar met de voorbereidingen. Niccolo trok Sanne mee naar zijn auto.

“Ik ga me nog even thuis omkleden en dan kom ik je om een uur of 7 weer halen, okee?” Hij kuste haar kort, stapte in en scheurde de oprit af. Ternauwernood kon hij het kleine autootje ontwijken dat net de oprit opgedraaid was. Sanne zag hoe de bestuurder woest zijn vuist ophief naar het gele racemonster, maar het leek Niccolo niet te deren. Het autootje bleek van hun nieuwe gasten te zijn en Sanne begon met zich te verontschuldigen voor het roekeloze rijgedrag van Niccolo. 

Het was een ouder Nederlands echtpaar dat al jaren in Italië kwam en wel wat gewend was. Ze gaf hun nieuwe gasten een rondleiding door het huis en voelde zich trots en blij worden toen ze hun bewonderende kreten hoorde. Wat was ze trots op dit huis en wat ze ervan gemaakt hadden. En terwijl het echtpaar het zich gemakkelijk maakte, ging Sanne zich omkleden. Niccolo had niet verteld waar ze heen zouden gaan, maar een mooie jurk kon altijd. Ze nam een snelle douche en trok een luchtig cocktailjurkje aan dat nauw haar borsten omsloot, maar zwierig om haar benen wapperde. Ze borstelde haar haren tot het glansde en spoot als laatste een klein beetje parfum in haar lokken. Uit haar oma’s dozen diepte ze nog een mooie geborduurde omslagdoek op en ze was klaar om te gaan. Federico floot tussen zijn tanden toen hij haar de trap af zag komen. 

“Kind, wat zie je er mooi en stralend uit,” zei Antonia. “Maar wacht even, ik mis nog iets.” De oudere dame snelde weg richting haar kamer en kwam even later weer terug. 

“Draai je eens om,” commandeerde ze. Sanne voldeed braaf aan het verzoek en voelde hoe iets kouds in haar nek werd vastgemaakt. Antonia had een prachtig bewerkt zilveren medaillon om haar nek geknoopt. 

“Maak het eens open.”

Sanne klikte het medaillon open en zag twee kleine fotootjes. Eentje was overduidelijk Antonia in haar jonge jaren en de andere leek erg op Sanne. Haar oma Victoria. 

“Het medaillon is van mijn oma geweest. Victoria leende het regelmatig als ze hier was en heeft jaren geleden onze fotootjes erin laten plaatsen. Ik wil het graag aan jou geven. Als herinnering aan haar en als herinnering dat je bij onze familie hoort.”

Met tranen in haar ogen bedankt ze Antonia voor het prachtige cadeau. Toen hoorde ze overduidelijk te snel draaiende autobanden de oprit opkomen. Hij leerde het ook nooit, dacht ze.

Niccolo nam haar mee naar een restaurant in het stadje waar ze haar eerste nacht had doorgebracht. Ze herinnerde zich nog dat ze er destijds even voor de deur had staan twijfelen, maar dat ze het toch makkelijker had gevonden in haar hotel te eten, zeker omdat er geen menukaart te vinden was aan de gevel en ze dus geen idee had wat ze kon verwachten. En in haar onervarenheid wat betreft het land en zijn gebruiken, had ze het niet aangedurfd naar binnen te gaan.  Het bleek een klein knus restaurantje te zijn, een van de restaurants die alleen met lokale en seizoensgebonden producten kookte. Er was dus ook geen menukaart, heel oneerbiedig at je gewoon wat de pot schaftte. Uiteraard werd Niccolo weer uitbundig begroet door het personeel en ze kregen het beste tafeltje van het huis. De wijn die geserveerd werd, kwam uiteraard uit de wijngaard van de Paleari’s. Het eten was verrukkelijk en ze spraken weinig, behalve om weer een gang met heerlijke gerechten te prijzen. Niccolo glimlachte toen hij zag hoe Sanne haar ogen sloot bij een volgende hap om te genieten van de heerlijkheden. Hij wist dat hij nooit genoeg zou krijgen van die aanblik. 

“Je ziet er prachtig uit,” complimenteerde hij haar. “Wat is dat voor ketting?”

“Deze heb ik van Antonia gekregen. Ze opende het medaillon en liet hem de foto’s zien. 

“Is dat je oma? Je lijkt als twee druppels water op haar. Dat ik dat nog niet had gezien, zeg.”

“Ja, oma en Antonia. De ketting was van Antonia’s grootmoeder en oma Victoria heeft de fotootjes laten plaatsen.” 

“Wat een mooi cadeau,” zei Niccolo zacht, terwijl hij haar hand pakte. Ze voelde hoe de tranen achter haar oogleden prikten en verexcuseerde zich even voor de mascara over haar wangen zou stromen. 

Toen ze weer terugging, was hun tafeltje afgeruimd op twee glazen champagne na. “Efficient,” dacht ze nog, terwijl ze weer ging zitten. Niccolo hief zijn glas en toen zij het hare wilde oppakken zag ze pas het kleine zwarte fluwelen doosje dat voor haar op tafel stond. Met trillende handen pakte ze het op. Er zat een prachtige witgouden ring in, met een grote smaragd in het midden, omringd door kleine diamantjes. Toen ze opkeek, zag ze tot haar schrik dat Niccolo niet meer tegenover haar zat. Hij zat naast haar stoel, op een knie en pakte haar hand. 

“Mijn liefste Sanne, tu sei l’amore della mia vita. Ik kan geen moment meer zonder je. Wil je me de eer verlenen om mijn vrouw te worden?”

In het restaurant was geen enkel geluid meer te horen van bestek op borden of klinkende glazen, het leek of iedereen zijn adem inhield en zelfs het keukenpersoneel stak hun hoofden om de hoek van de keukendeur, in afwachting van haar antwoord.

“Ja, duizendmaal ja,” ze ze ademloos. Niccolo schoof de prachtige ring om haar vinger en nam haar in zijn armen. Een daverend applaus welde op, maar ze hoorden het niet, ze zaten op hun eigen wolk in de zevende hemel. 

De ring was van zijn grootmoeder geweest en zijn vader had de ring die middag aan Niccolo gegeven. “De smaragd heeft de kleur van haar ogen,” had hij gezegd. “De ring is dus duidelijk voor haar bedoeld.” 

Ze trouwden een paar dagen voor kerst, omdat al hun familieleden dan toch in Santepulciano zouden zijn. Niet dat ze waarschijnlijk niet voor een bruiloft naar hen toe zouden reizen, maar toch. Uiteraard ontbraken Sannes vader en Tineke niet. En ook Bree, Federico’s Amerikaanse vriendin was speciaal voor de bruiloft overgevlogen. Sanne voelde zich geliefd en was geen moment nerveus voor de bruiloft. Samen met Antonia had ze een prachtige vintage jurk gevonden in Napels, die alleen om de heupen iets ingenomen moest worden, maar verder perfect paste. Die wijzigingen kon Antonia zelf wel uitvoeren. 

Tineke hielp haar in de ochtend met aankleden en haar haar en make-up. Sanne besloot het medaillon te dragen, omdat ze zo het gevoel had dat haar oma een beetje bij haar was.

“Het maakt je jurk ook echt af,” zei Tineke bewonderend. Niccolo en Tineke hadden het meteen goed kunnen vinden samen en ook haar vader werd meteen geaccepteerd door beide nieuwe families. Antonia commandeerde hem rond, omdat ze aan de smoorverliefde Federico even niet zoveel had. Hij liet het lachend gebeuren. 

Het huwelijk werd voltrokken in het kerkje van Santepulciano. Terwijl ze aan de arm van haar vader door het gangpad liep, had ze alleen maar oog voor Niccolo. Ze zag een traan in zijn ooghoek en bij het altaar aangekomen, veegde ze het af. Hij legde even zijn wang tegen haar hand en sloot kort zijn ogen. Toen nam hij haar hand in de zijne, kuste het kort en de ceremonie begon. Ze hadden hun eigen geloftes geschreven. 

“Sanne. Kleine blonde, koppige Sanne. Ik weet nog dat je het vliegtuig instapte met je blije glimlach en je stomme italiaanse woordenboekjes. Ik ergerde me kapot aan je gemompel en gegniffel, weet ik nog. En dat werd in de weken daarna niet veel beter. Telkens als ik je tegenkwam, was er wel een kleine ruzie. Ik vond je irritant, maar ergens bewonderde ik je ook voor je vasthoudendheid en het feit dat je je geen moment door me geïntimideerd leek te voelen. En langzaam veranderde de irritatie in verlangen en in een diepe liefde. Sanne, mi amore, ik wil geen dag meer zonder je. Zelfs als we ruziemaken, kan ik me alleen maar verheugen op het moment dat we het goed kunnen maken. Je maakt me een beter mens door me kritische vragen te stellen. Ik hou van je, met al mijn hart.”

Nu was het haar beurt om een traan te laten. Hij veegde het voorzichtig van haar wang en glimlachte haar bemoedigend toe. 

“Wat vond ik je een hork,” begon ze. “Ik vond je de stereotypische italiaanse macho en daar wilde ik niets mee te maken hebben. Maar je trok ook aan me en niet alleen maar met je fantastische blauwe ogen. Toen ik las over wat je allemaal voor de regio en je ouders had gedaan, was ik om. Je bent geen hork, je bent de liefste en meest liefhebbende man die ik me maar kan wensen. Ik verheug me erop om mijn hele leven met je door te brengen. Ik kan met je praten, lachen, enorm ruziemaken, en ik zal altijd van je blijven houden. Mijn hart is de jouwe en zal dat altijd zijn.”

De pastoor nam weer het woord, ringen werden uitgewisseld en toen waren ze man en vrouw. Niccolo wachtte de welbekende woorden van de pastoor niet eens af en nam haar in zijn armen. De aanwezigen begonnen hard te lachen en te juichen. 

De receptie werd gehouden op de wijngaard van Niccolo’s familie, omdat daar meer ruimte en meer wijn voorradig was. Niccolo’s vader had zijn intrek genomen in het kleine opzichtershuisje. Sanne had geprotesteerd, omdat ze vond dat het huis groot genoeg was voor hen drieën, maar de oude Paleari wilde er niets van horen. “Jonge mensen hebben hun privacy nodig. Die zitten niet te wachten op een oude man om hen heen.”  en dat was dat. 

H13

Sanne stond in de keukendeur van Villa Nonna Victoria en keek naar het gerommel en geroezemoes aan de lange tafels in de tuin. Het was Ferragosto en beide families waren naar de villa gekomen om samen te eten. Hoe anders was haar eerste Ferragosto in dit huis geweest. Ze had, als vrouw van de burgemeester, uiteraard ineens wel snel toestemming gekregen om de B&B uit te breiden en het was een groot succes. Haar vader had ook besloten om zich te settelen in Santepulciano. Hij kon goed opschieten met Antonia en hielp haar en Bree, die inmiddels samen met Federico in het dorp een klein huisje betrokken had, in de keuken. Ze had nooit geweten dat haar vader zo’n keukenprins was. 

Ze glimlachte toen ze twee sterke armen om zich heen voelde en twee warme lippen in haar hals. Wat hield ze toch van deze man. Zijn armen gleden om haar middel en hij legde zijn handen op haar buik.

“Wat denk je?”

“Ik wil het graag nog even ons geheimpje laten blijven,” was haar antwoord. “Ze horen het snel genoeg.” Ze voelde kleine vlindertjes in haar buik en ze wist dat die niet alleen van de liefde voor de man achter haar waren. Ze voelde zich fijn en geborgen en op dat moment viel ook een zonnestraal door een wolk op het tweetal in de deuropening. Alsof Nonna Victoria haar zegen gaf.

Villa Nonna Victoria

Berichtnavigatie


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *